“Eenzaamheid kent vele oorzaken en vormen en het kan iedereen overkomen,” lees ik op de site van het Sociaal Ouderenfonds. De cijfers over eenzaamheid liegen er niet om. Daar word je niet vrolijk van. Mijn voorland?
Kennis is pedicure in de regio. Komt bij mensen aan huis. Ze vertelt dat ze veel eenzaamheid tegenkomt. Dat zij voor sommige oudere mensen een lichtpuntje is. Dat er naar haar komst wordt uitgekeken. Ze ziet de nood, ziet ook dat er door ouderen geen initiatief wordt genomen om hulp te zoeken om die eenzaamheid te verhelpen. Want dat kan! Met concreet ongemak ga je naar de dokter. Maar om daar nu aan te bellen en te zeggen ik ben eenzaam, dat is voor veel mensen een te grote stap.
In Plasmolen geen eenzame mensen? Plasmolen is natuurlijk prachtig, daar krijg je goede zin van. Je kunt er lekker wandelen of een leuk terrasje pikken en je bent zo in Middelaar. Daar wordt voor senioren iedere week in de Koppel een lekkere maaltijd gekookt. In mijn buurt wordt op elkaar gelet, we helpen elkaar als dat nodig is. Helpt dat tegen eenzaam zijn? Soms niet, vertellen de cijfers. Links en rechts, vraag ik aan mensen waarvoor deze rubriek bedoeld is, 55 + ers en ouder, (daar zijn er genoeg van in Plasmolen) of ze mensen kennen die eenzaam zijn. Of dat ze het misschien zelf zijn. Oei, dat laatste is schrikken. Van sommigen, die ik ervan verdenk weleens eenzaam te zijn komt heel snel een antwoord: “Ik? Nee hoor! Maar ik denk wel dat ze er zijn.” Waar? Wie dan?
Een taboe, merk ik, eenzaamheid. En over eenzaamheid met depressie als gevolg, wordt al helemaal niet gemakkelijk gepraat. Niet door oudere senioren en ook niet door de jongeren. Zou u het gemakkelijk vertellen? Ik niet. Niemand te vinden die erover wil praten. Hulp in geroepen van Sanne Giesbers, steunpuntcoördinator, steunpunt Maasstaete, Mook. Zij brengt mij in contact met meneer Jo. Hij woont mooi in Mook, heeft vier leuke kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ze komen regelmatig. Hij kijkt terug op een goed huwelijk, was meer dan 60 jaar getrouwd. Zijn buren zijn fantastisch. Bijna iedere dag is er burencontact. Hij heeft een laptop en gaat twee keer in de week, op z’n elektrische fietst, naar de dagopvang in Mook. Alles voor elkaar zou je denken. En toch lijdt meneer Jo aan eenzaamheid. Hij praat regelmatig met een team hulpverleners, een psycholoog, geriater en psychiater. Met Sanne kan hij ook goed praten. “Dat helpt mij’, zegt hij. “Maar nu zo even met jou praten helpt ook een beetje. Hij glimlacht voorzichtig. Lust je thee?” We bekijken de familiefoto’s aan de muur. Hij heeft veel verhalen. Druk werkzaam leven achter de rug, wist niet wat eenzaamheid of depressie was. Na het overlijden van zijn vrouw, drie jaar geleden, sloeg Grote Eenzaamheid, die leidde tot depressie en lichamelijke ongemakken, toe. Hij heeft er mee geworsteld en hulpgezocht. Het gaat op en af. “Ik voel me eenzaam en verlaten. Een gevoel van leegte, verdriet en soms angst. Ik zou zo graag dat nare gevoel kwijt zijn. Ik lach nog wel eens, maar nooit meer van harte. Na het overlijden van m’n vrouw heeft alles z’n glans verloren.”
Iedereen kan zich periodes in zijn leven eenzaam voelen. Daar hoeft u zich niet voor te schamen. Leven is lef! Doe dan net als meneer Jo. Heb het lef om er wél over te praten. Zoek hulp.
