Nieuwe Nederlanders (1)

“Habebe.” Ze lachen.

Hij: “Wij houden van elkaar.”

Zij: “Heel veel.”

Ze zijn gelukkig in Nederland, wonen in Mook, in de Lindeboom. Nameer Jako (44)en zijn vrouw Muna Korro (39). Ze zijn tevreden met hun huis en de buurt. De tweejarige valkparkiet Nino kijkt graag in de spiegel. Die hebben ze geleerd om dan ‘kiekeboe’ te zeggen. De kinderen kunnen goed leren. Zoon Karam is 15 jaar en gaat naar het Kandinskey College Kandinsky CollegeKandinsky Collegein Nijmegen. Dochter Kathia is 13 en fietst iedere dag naar het Montessori college in Groesbeek. “Die wordt kapster. Kapsters hebben altijd werk genoeg.” Foto’s aan de muur. Karam in een sjiek zwart pak. Kathia in een prachtige witte jurk. De foto’s zijn gemaakt tijdens hun vormsel in de katholieke kerk in Mook. Religie is de reden dat ze in Irak niet meer veilig waren. Ze zijn gevlucht. “We gingen naar Europa. Dat was het enige wat we wisten.” Over de zware reis en de route willen ze niet veel vertellen. “Dat het niet gemakkelijk was, dat begrijpt u toch wel?” Dagenlang gelopen. Twee kleine kinderen aan de hand. Alles achter gelaten. Uiteindelijk kwamen ze in 2007 in Nederland. “Met niets, maar met elkaar.” Sinds 2013 zijn ze Nederlands staatsburger. Ze lachen trots. Ze verstaan en spreken Nederlands, hun woordenschat wordt steeds groter. Ze doen de boodschappen bij Wim Voet en bij de Lidl in Groesbeek en voor Arabische kruiden rijden ze naar een Turkse winkel in Nijmegen. Ze missen ouders en familie Muna haalt het deksel van de kruidenbus en laat me ruiken. “Hmm.” Die geuren brengen hun thuisland dichterbij. “Onze wens voor 2015?” Als uit één mond klinkt het: “Werk!”

Dit artikel is geschreven in opdracht van Craanen Communicatie Malden voor regiomagazine Topic Heumen en Mook Middelaar, december 2014.

Share Button

Trots op ons boek!

foto gerie en patricia met boek

 

Share Button

Hoera ik besta! En het gaat goed met de verkoop.

Lodie kaft orangje

Share Button

22 boeken Lodie Beer naar Ronald Mac Donald Nijmegen?

Hier een berichtje vanfoto  lodie Beer klein

Leuk plannetje

Marijke Sijbrands, van SijFa Cruises uit de Gemeente Heumen heeft het bedacht. Vrijdagochtend (5 december) heeft zij tijdens het netwerkontbijt ‘Breakfastclub Ronald McDonald Huis Nijmegen’ Kinderboek Lodie Beer aan huismanager Erny Frowijn gegeven. Een onverwacht cadeautje. Ook voor mij! “Het boek komt in de bibliotheek,” zei Erny. Toen kreeg Marijke een plannetje…“Hoe leuk zou het zijn, als er op alle kamers een Lodie Beerboek zou komen!” Dat vond Erny ook een leuk plan! Er zijn vierentwintig kamers. Doet u mee? Mijn boek is heel gemakkelijk te bestellen via www.schrijverij-gerie.nl of via www.mooiedingenenzo. Dat krijgt u het boek thuisgestuurd. Wat dan leuk is, is dat u voor in het boek, uw bedrijfsgegevens schrijft, plakt of niet en er een mooie spreuk of wens bij schrijft en het boek dan ook aan Erny geeft.

Dit boek is geschonken door … U mag er natuurlijk ook meer bestellen.

Gerie en Patricia kunnen zien hoeveel mensen bestellen. Zodra we bij vierentwintig zijn, laat ik het u weten. We hebben er ondertussen nog twee en twintig nodig. Ja? Doen? U doet kinderen en ouders er een plezier mee en u versterkt er uw naamsbekendheid mee.

Hartelijke groet weer van Lodie Beer en tot een volgende keer!

Share Button

Kistje

Soms pakte ik het. Stiekem. Het staat nu hier op de kast. Een kopergevlochten kistje met een glazen deksel. Klein, niet veel groter dan een pasfoto. Het deksel scharniert en de binnenkant is bekleed met rood satijn. De glans van het satijn is minder geworden, in mijn herinnering is de geur gebleven. 

“Het is een bewaarkistje,” zei oma. “Niet om mee te spelen maar om naar te kijken en om iets in te bewaren.” Het was van tante Rie geweest. Dat maakte het kistje mysterieus en mooier. Verborgen in de plooien van het rode satijn lag een kettinkje. Ook van tante Rie geweest. Het zilver was zwart geworden. Het hangertje was een schip met een zeil en dat zeil was bevestigd aan een kruis. “Het levensscheepje,” zei oma. Ik was graag bij haar, ’t liefst alleen. “Als het eens niet goed gaat in je leven, dan heb je dat kruis, als steun.” Het kettinkje zit nog in het kistje. Soms kijk ik ernaar.

De andere kleinkinderen wisten niets van ‘mijn’ kistje. Oma had het opgeborgen in haar grote mahoniehouten dressoir. Boven dat dressoir hing een foto van een vriendelijk kijkende man. Dat was opa. Ik sliep bij oma in het grote bed. Soms huilde zij zachtjes. Ik deed alsof ik sliep. Achter de dressoirdeuren, in de laden, lag het kistje. De deuren van het dressoir mocht je niet ongevraagd opendoen en de laden al helemaal niet! Daarin lagen ‘de papieren.’ De papieren van opa en van tante Rie. Toen ik later kon lezen, vond ik de overlijdensberichten.

De dode tante hoorde bij ons leven. In het trapgat hing een foto van een leuke jonge vrouw, een meisje nog. Zwart golvend haar tot op haar schouders. Ze glimlachte. Een mooie foto. Ik dacht dat alle dode mensen zo keken, net zo blij en vol verwachting. Ze werd 20 jaar.

“Als moeder thuiskomt uit het ziekenhuis, dan wil ik haar hier thuis verzorgen. Dan gaan wij boven slapen en kan moeder in de opkamer.” Papa vond het best. Oma hoorde bij ons leven. Dat oma bij ons in huis kwam om te sterven, dat werd mij niet verteld. Ze was er en dat was gezellig. We speelden uren Halma.

“De dokter denkt dat het niet lang meer gaat duren. Ze vindt het zelf ook goed zo.” We speelden geen Halma meer, de deur naar de opkamer bleef steeds vaker dicht.

“Oma gaat dood”, zei mama. Ik was twaalf. “Voordat ze sterft wil ze je iets geven als herinnering.”  Ik hoefde niet na te denken. “Het bewaarkistje.” Kistje vol bijzondere herinneringen. “Weet je het zeker? Riet van tante Corry kiest de staande klok.” Ik wist het zeker.

© Gerie van der Land-Zijderveld

Deze column is geschreven in opdracht van Studio Braaf uit Molenhoek en geplaatst in magazine Dorps, november/december 2014. www.studiobraaf.nl

Share Button