NIEUWE NEDERLANDERS (2)

“We zouden landen in Londen. Mijn broer was daar heen gevlucht. Het werd Schiphol. ‘Geef mij je paspoort,’ zei de man die ons voor veel geld begeleidde. ‘Ik ga het regelen.’ Hij kwam niet terug. Eerst wil je dat niet geloven. Daar stond ik, hoogzwanger en twee kinderen aan de hand. Ik was in een land waar ik niemand kende en ook de taal niet sprak. 5 dagen later beviel ik van Ibrahim.”

Ook de koffers waren weg. Berooid bleef Saynab achter. Oorlog had haar en haar kinderen uit haar land Somalië verdreven en joeg haar familie naar verschillende windstreken. “Het was niet veilig.” Haar eerste kindje is gestorven. Haar jongste babymeisje is acht maanden en een beetje een verrassing, maar van harte welkom. Ze zorgt alleen voor de kinderen. De grote kinderen ( 17,15 en 8 jaar) zijn trots op haar. Spreken vloeiend en accentloos Nederlands, kunnen de moedertaal van hun moeder verstaan (en spreken). “Mama is ambassadeur voor taal bij het ROC!” “Mijn moeder is een leuke optimistische moeder.” Nog steeds gaat Synab drie dagen in de week naar het ROC. “Je bent nooit te oud om te leren,” zegt ze. Haar grootste wens is om een eigen zaak te beginnen. Het liefst een klein restaurant. “Ik kan heerlijk koken.” Haar ogen stralen als ze dat zegt. Ook een baan in de zorg ambieert ze. Ze mist de verse groenten. “In Somalië, zo van het land op je bord.” En ze mist haar familie en de gulle Afrikaanse gastvrijheid en vrolijkheid. Haar wens voor 2015: “Doorleren!”

Saynab Nahamad is 37 jaar, is 8 jaar geleden naar Nederland gekomen en woont in Molenhoek.

Dit artikel is geschreven in opdracht van Craanen Communicatie Malden voor het decembernummer van regiomagazine Topic gemeente Heumen en Mook & Middelaar.

Share Button

Nieuwe Nederlanders (1)

“Habebe.” Ze lachen.

Hij: “Wij houden van elkaar.”

Zij: “Heel veel.”

Ze zijn gelukkig in Nederland, wonen in Mook, in de Lindeboom. Nameer Jako (44)en zijn vrouw Muna Korro (39). Ze zijn tevreden met hun huis en de buurt. De tweejarige valkparkiet Nino kijkt graag in de spiegel. Die hebben ze geleerd om dan ‘kiekeboe’ te zeggen. De kinderen kunnen goed leren. Zoon Karam is 15 jaar en gaat naar het Kandinskey College Kandinsky CollegeKandinsky Collegein Nijmegen. Dochter Kathia is 13 en fietst iedere dag naar het Montessori college in Groesbeek. “Die wordt kapster. Kapsters hebben altijd werk genoeg.” Foto’s aan de muur. Karam in een sjiek zwart pak. Kathia in een prachtige witte jurk. De foto’s zijn gemaakt tijdens hun vormsel in de katholieke kerk in Mook. Religie is de reden dat ze in Irak niet meer veilig waren. Ze zijn gevlucht. “We gingen naar Europa. Dat was het enige wat we wisten.” Over de zware reis en de route willen ze niet veel vertellen. “Dat het niet gemakkelijk was, dat begrijpt u toch wel?” Dagenlang gelopen. Twee kleine kinderen aan de hand. Alles achter gelaten. Uiteindelijk kwamen ze in 2007 in Nederland. “Met niets, maar met elkaar.” Sinds 2013 zijn ze Nederlands staatsburger. Ze lachen trots. Ze verstaan en spreken Nederlands, hun woordenschat wordt steeds groter. Ze doen de boodschappen bij Wim Voet en bij de Lidl in Groesbeek en voor Arabische kruiden rijden ze naar een Turkse winkel in Nijmegen. Ze missen ouders en familie Muna haalt het deksel van de kruidenbus en laat me ruiken. “Hmm.” Die geuren brengen hun thuisland dichterbij. “Onze wens voor 2015?” Als uit één mond klinkt het: “Werk!”

Dit artikel is geschreven in opdracht van Craanen Communicatie Malden voor regiomagazine Topic Heumen en Mook Middelaar, december 2014.

Share Button

Schrijfwedstrijd…

De kok die stikte

“Wie heeft dít bedacht!”

Ik hoorde de boze klank in z’n stem niet, dacht dat hij net zo trots zou zijn als ik.Het doorgeefluik naar het restaurant stond open.

“Nou?” Hij wiste het zweet van z’n voorhoofd. Stopte de doek waarmee hij dat deed in de zak van z’n schort. Nu leek z’n buik nog dikker.

“Ik.”

“O ja? jij!?  Wie heeft je opgedragen dat  te doen!”

“Ik dacht”… Wat dacht ik eigenlijk. Had de toetjes versierd op mijn manier. Ze zagen er vrolijk uit.  ‘k Had de grote laden open gedaan, vond noten en chocoladeschaafsel. Volgens mij paste dat prima bij dat vanilletoetje.  Sjaan was de keuken binnengekomen, had gezegd:  “De toetjes van tafel zeven kunnen door.”

Z’n ogen knepen zich samen. Hij ademde zwaar door z’n neus.

“Ik dacht! Jij hoeft hier niet te denken. Jij moet doen wat je wordt opgedragen. Doen wat ìk zeg!”

Z’n ogen priemden zich in de mijne. Ik keek hem uitdagend aan.

“Ik hou niet van dat eigengereide gedrag! Dat doe je maar op school.”

Gasten deden alsof ze niets hoorden. De meeste kende ik. De vader en moeder van Teun, m’n beste vriend lachte naar me. Teun stak z’n duim op.

“Jij begrijpt er niets van. Je plek is vanaf nu de afwaskeuken.  Opgedonderd.” Met grote stappen liep hij weg. Boos.

“Stik vent,” dacht ik. Rechtte m’n  rug. Wilde m’n zakcentje niet verliezen. Wat een poeha om niks. Het restaurant floreerde op de actiemenu’s. Had samen met de plaatselijke benzinepomp de actie; ‘Hier tanken is gratis eten.’ Wat een kabaal maakte die gek. Hij mocht blij zijn, dat ik z’n schaaltjes met saaie vanillevla had opgeleukt.

Loeiende sirenes. Twee politiemannen in de spoelkeuken. “We nemen je mee voor verhoor,” zei de ene. Op het bureau werd me verteld dat  de kok dood was gevonden. Gestikt van drift.

Of ik er iets van wist. Ik stotterde dat ik het alleen maar had gedacht.

“Roel opstaan. Je hebt vandaag examen.” Toetjes maken.

Zo. Klaar, dat verhaaltje voor de wedstrijd. Kan weg. De laatste regel hoeft van mij er eigenlijk niet bij, maar maakt precies 335 woorden en dat is de opdracht. Nog even op de site van Marjon Sarneel kijken… Haháá, zie nu, dat er staat: De kok die slikte… Alle mensen die meedoen, veel plezier met schrijven. Hartelijke groet uit Plasmolen.

Share Button

Vriendin belt. Ode aan …

Vriendin belt. Haar stem klinkt vrolijk: “Je ráádt nóóit waar we geweest zijn!”

“Vertel!”

“Weer in de Plas-molense-hof! En-wéét-je-wat-we-gedaan-hebben?”

In blokletters: “De cu-li-nai-re tocht!” Ze laat een (korte) stilte vallen.“Heb jij dat wel eens gedaan?” Ze wacht niet op antwoord.

“Dat-ís-kei-leuk! En lekker. En móóói. Jeetje Geer, wat woon je toch in een mooi gebied. Echt, schit-te-rend, dat Zevendal! Daar was onze eerste stop, lekker wijntje en verschillende hapjes. Daarna een stuk over de Mookerhei. Bovenlangs. Beetje klimmen. Ging goed hoor. Ook zo mooi. Dat uitzicht, prách-tìg. Helder weer, we konden zo naar Cuijk kijken! Ik was er nog nooit geweest.” Ze geniet er nog van. “De tweede stop was bij Marjan van Linge, een kunstschilder. Ohh joh, daar ook al zo’n mooi uitzicht. Hartstikke leuk om in haar atelier te zijn. Aardig mens trouwens. ‘k Kreeg meteen zin om te gaan schilderen. Ken je haar?”

Vriendin vertelt verder. “Het kwam zo te praat met m’n collega’s. Na de zomervakantie starten we met ons team altijd met ‘iets leuks.’ Dat was er nog steeds niet van gekomen. Joh, de tijd vliegt hè! Vind jij dat ook? Ik vertelde over afgelopen zomer, dat wij zo lekker en gezellig hadden gegeten bij die Vesperije in de Plasmolense Hof. Dat leek hen ook wel wat. Even op site gekeken en toen stuitten we op die culinaire tocht. We zijn met z’n tienen. Hoe mooi kwam het uit! Die wandeling is vanaf 10 personen! Het was echt superleuk om dat zo met collega’s te doen. Uiteindelijk waren we trouwens met z’n twintigen, want we mochten onze partners meenemen. En-nu-heb-ik-een-idee! Als we nou eens met … (ze noemt de namen van vrienden) in de herfstvakantie zo’n leuke middag gaan beleven. Gaan jullie mee!?”

Lijkt me een leuk plan. Ik ken de tocht, de rust van het Zevendal op de Sint Jansberg, de schitterende kleuren, vergezichten en de verhalen van de Mookerhei. In de herfst de goudbruine kleuren, paddenstoelen.  Spannende wolken in oktober. Alle tijd om met elkaar te praten, of om in harmonie te zwijgen. Twee keer een stop met lekker eten en drinken en bij terugkomst in het restaurant een verrassend dessert, daarna nog koffie of thee met lekkers en als je wilt nog lang gezellig naborrelen. Wij kunnen  lopend naar huis. Misschien sneeuw in de wintermaanden. Sporen van herten, de vos… De Dassenburcht.  Knapperend vuur in de open haard, rood vuur in de houtkachel. Altijd een warm welkom in De Plasmolense Hof…

“Luister je nog!?”

“Ja, goed idee! Regel maar. Wij gaan graag mee!”

Share Button

Lodie Beer – tekst voor op de achterkant van het boek

“Gerie, wat een teer en aandoenlijk verhaal. Ik zou er zeker iets mee doen!! Echt.”

Deze regel van schrijver Thomas Verbogt heeft mij gestimuleerd om van mijn verhaal Lodie Beer een boek te maken. Illustrator Patricia Heijmen las het ook en zei spontaan: “Hier wil ik mee aan de gang.” Haar illustraties vind ik bijzonder: Gescheurd uit behang. Ze sluiten naadloos aan bij mijn woorden. Tijdens het componeren van het boek hebben we plezier gehad. Het is ‘ons’ boek geworden. Dat zie je! Lodie Beer is een voorleesverhaal én een verhaal voor kinderen op de basisschool om zelf te lezen. Lodie Beer is een knuffelbeer om plezier mee te hebben en die troost geeft als dat nodig is. In dit verhaal droogt hij de tranen van Luuk. Luuk is verdrietig omdat zijn ouders gaan scheiden. Gelukkig is Lodie Beer er op het juiste moment. Lodie droogt zijn tranen én geeft een dikke knipoog. “Kom op! Morgen weer een nieuwe dag.”

Lodie Beer, een verhaal over vriendschap. En over welke kleur je hebt niet belangrijk is en ook niet of je een jongen of een meisje bent. Recht toe recht aan en zonder franje: Boek Lodie Beer.

‘Ons boek’ delen we graag met anderen.

Plezier ermee!

2014

© Verhaal Gerie van der Land-Zijderveld – www.schrijverij-gerie.nl

© Illustraties: Patricia Heijmen – www.mooiedingenenzo.nl

 

 

Share Button