Nieuwe Nederlanders (4)

Mohammed laat  een foto zien. Ik schrik. Zie een uitgebrand huis… “Ons huis.” Hun ogen vullen zich met tranen. Mohammed Rasol, is 57 jaar, zijn vrouw Manor Yossef, 46 jaar. Geboren en getogen in Syrië. Twee jaar in Nederland, wonen in Mook. Moestuin in de voortuin. Hun woning binnen piekfijn in de verf. “Thuis” was Mohammed bouwvakker. Mijn schoenen hoeven niet uit. Zelf loopt Mohammed op blote voeten. Op tafel verse baklava en een schaal met nog meer zoet lekkers. Manor draagt haar hoofddoek. “Nee hoor, die draag ik binnen niet de hele dag. Die draag ik nu, omdat de tolk erbij is.” Beiden volgen Nederlandse les bij het ROC in Nijmegen. Ondanks dat ze de Nederlandse taal niet goed beheersen hebben we een bijzonder gesprek. Het gaat over oorlog, onveilig voelen en over vrijheid. Vrijheid in wat je doet en wat je zegt. Dat dat niet vanzelfsprekend is. Mohammed heeft in Syrië in de gevangenis gezeten, opgepakt omdat zijn politieke mening niet strookte met die van de leiders. Via Turkije kwamen ze in Nederland. Met niets! Ze hebben het goed samen. Mohammed gaat, om te bidden, naar de Marokkaanse Moskee in Cuijk. Hij kan geen Marokkaans verstaan, gaat daarom na het gebed weer naar huis of doet nog even boodschappen bij Lidl. Manor bidt thuis. “5 keer per dag.” Ze verkleedt zich, laat me haar gebedskleding zien. Helder wit. “Je trekt die jurk 5 x per dag aan!?”  Dat doet ze zonder problemen. Dan verkleedt ze zich nóg eens. Laat trots haar Koerdische klederdracht zien. Daarmee wil ze graag in Topic. “Kan dat?” Hun wensen voor 2015: “Beter Nederlands leren en meer contact met de mensen in Mook.”

Tekst geschreven in opdracht van Craanen Communicatie Malden voor decembernummer van regiomagazine Topic Gemeente Heumen en Mook en Middelaar

Share Button

Rouw voorbij

Rouw voorbij

Sneeuw koestert

in ‘t gouden licht

een nieuwe lente

 

Toch weer

 

 

 

Share Button

Nieuwe Nederlanders (3)

“Ik voldeed niet aan de verwachtingen van de Taliban. Verder wil ik er niets over vertellen. Je weet immers nooit wie dit leest.” Babrak Azizi (44) en zijn vrouw Manilla (40) wonen met hun drie kinderen in Mook. Alles hebben ze achtergelaten. Wég uit Afghanistan. Dat was in 1999 het enige dat telde, ze waren niet veilig. Maanden hebben ze gereisd. Met auto’s, met de boot. Wachten en onzeker afwachten. Geen idee waar ze uiteindelijk terecht zouden komen. “We kijken niet graag terug.” In oktober waren ze 14 jaar in Nederland. “Onze kinderen, dochter Homira, 14, zoon Reza, 11 en driejarige dochter Wieda, zijn hier geboren en veilig. We hebben goede buren.” Een gevoel van heimwee kan hen soms overvallen: “We missen familie. Vader overleden, wij konden geen afscheid nemen, moeder niet troosten. ” Via internet zien ze hun familie 1 x per week. Babrak, die taxichauffeur is op oproepbasis, en Manilla zijn één jaar naar school geweest om de Nederlandse taal te leren. “Beter, om taal in praktijk te leren.” Met elkaar spreken ze Afghaans. Ook de kinderen leren ze Afghaans, “want hoe moeten mijn kinderen anders met familie communiceren?” Homira fietst naar het Kandinskey college in Nijmegen. Reza volgt vanwege zijn autisme speciaal onderwijs. “De zorg die Reza hier krijgt, zou hij in Afghanistan nooit gekregen hebben, voor hem is het goed om in Nederland te wonen. Iedere dag, na schooltijd gaat hij naar Ludgard, een heel lieve mevrouw in Molenhoek. Al vanaf zijn babytijd zorgt zij ook voor Reza. Daar zijn wij intens dankbaar voor.”

Beiden hebben een wens voor 2015: “Meer werk!”

Dit artikel is geschreven in opdracht van Craanen Communicatie Malden voor het decembernummer van regiomagazine Topic gemeente Heumen en Mook en Middelaar

Share Button

LEVEN IS LEF! Gelukkig zijn, daar moet je wat voor doen

“Sergeant Breur meldt zich.” Voor me stond een knappe jongeman. Hij salueerde en lachte naar me. Ik was nog een meisje, zat op de HBS. Mijn moeder verhuurde kamers. We woonden op de Barbarossastraat in Nijmegen, ik was enig kind. Hij kwam bij ons wonen. Aat leerde me schaken en dammen en we speelden samen piano. Hij heeft een paar jaar bij ons gewoond. Op enig moment werd hij overgeplaatst en toen merkte ik, dat ik hem miste. Hij mij ook! Hij was ruim 12 jaar ouder en werd mijn grote liefde. We kregen drie kinderen, twee jongens en een meisje. Ik was nog jong toen hij overleed. 10 jaar na zijn overlijden ontmoette ik een nieuwe liefde. Ja, daar heb ik ook veel van gehouden, maar ook hij stierf op nog vrij jonge leeftijd. We woonden toen in Cuijk.

Mijn zoon maakte me attent op de Hubertushof in Malden. Ik was meteen verkocht! Ik woon hier nu al 16 jaar. Ja, ik ben hier diep gelukkig. Ik weet mij omringd door goede buren. Er is hier een grote saamhorigheid.” Len Breur-van Wissing, 82 jaar. Ze heeft een huis vol herinneringen. Mooie meubelstukken, foto’s aan de muur. “Kijk, dit is mijn dochter, ze is ziek. Anderhalf jaar geleden werd bij haar de ziekte ALS geconstateerd. Herstel is niet mogelijk. Meestal kan ik bij iets verdrietigs ook nog positieve dingen blijven zien, maar over ALS valt níets positiefs te zeggen! Op mijn manier ben ik gelovig.” Ze lacht: “Op z’n Nijmeegs.” Dan serieus: “Ons verdriet heb ik aan God verteld; ook aan Jezus én aan Jozef en Maria! Er moet een medicijn komen tegen die vreselijke ziekte! Ook dank ik iedere avond.  Dat geeft mij rust. Nee, ik ben niet eenzaam! We doen hier zoveel leuke dingen met elkaar.”

“Len is de motor,” vertellen overburen Toon en Mies Jetten: “Ze ontwikkelt leuke initiatieven en ze verrast graag mensen.” Len op haar beurt is lovend over haar buren: “We eten vaak met elkaar. Dat is zó gezellig. De eerste keer gebeurde dat toen ik 64 werd, we waren allemaal nog veel meer mobiel. We reden toen naar St. Walrick. Wat zo leuk is: Sindsdien vieren we álle verjaardagen van de bewoners van onze etage met een etentje! Dan ik haal geld op voor een cadeautje en maak een gedicht. Tegenwoordig doen we dat ‘aan de overkant,’ in het restaurant van Malderburch. Dat is voortreffelijk. Als we met de groep komen, staat de tafel mooi gedekt. Voor € 7,50 een heerlijke complete maaltijd. Drie gangen en nog een lekker kopje koffie toe. Op zaterdag is er een ontbijt. Voor € 2,50 een heerlijke start van het weekend en het is gezellig om dat met meer mensen te doen!”

Leven is lef?  “Gelukkig zijn, daar moet je wat voor doen. Ik organiseer graag, vind het leuk om mensen met elkaar in contact te brengen en vind het fijn om hen blij te maken. Daar word ik zelf ook gelukkig van!

 

Leven is lef verschijnt 1x per maand in Regiodiek en Groesbeeks Weekblad en wordt geschreven in opdracht van: Malderburch Welzijn ouderen gemeente Heumen, ma. t/m do. 9.00 tot 15.00, vr. 9.00 tot 13.00 uur (024) 357 05 70 

Pantein Maasstaete Mook, donderdag 8.30 –14.30 uur (024) 6963733                Op genoemde tijden beantwoorden zij graag uw vragen. Ook uw vragen over Geluk kan je maken en over restaurant Maldenburch.

 

 

 

Share Button

Recensies kinderboek Lodie Beer

Citeren

Recensie van juf Loes, leerkracht op basisschool de Siepe in Groesbeek: Het is een prachtig boek. Mooie vormgeving en de tekst is speels weergegeven. Het boek is goed te gebruiken bij het leren omgaan met problemen rondom ouders die gaan scheiden. Helaas hebben veel kinderen daar mee te maken. Ik denk dat kinderen toch wel een jaar of 7 moeten zijn om te snappen waar het verhaal om draait. Jongere kinderen kunnen zeker genieten van de mooie illustraties en zij kunnen wel snappen dat je een belangrijke knuffel hebt, waar je aan gehecht bent.

Recensie van Juf Henriette Niessing, pedagogische medewerker in Malden: “Kinderboek Lodie Beer: Ook voor kinderen waarvan de ouders niet gaan scheiden. in hun omgeving hebben ze vast wel een vriendje of klasgenoot waarvan de ouders wel gaan scheiden of gescheiden zijn. Het boek met behang geïllustreerde platen is zo mooi en begrijpend geschreven! Mijn complimenten!!!”

Share Button