40 dagen zonder alcohol – Ontmoeting

We praten over koetjes en kalfjes. Dan zegt hij:  “Ik heb die drinktest gedaan. Die bevestigde wat ik al wist. … Iedere morgen neem ik mij voor om niet te drinken. Of in ieder geval niet meer dan twee. Maar halverwege de ochtend ben ik weer fit en verdwijnen mijn goede voornemens. Bij de lunch neem ik dan weer een wijntje. Zit ik daar in m’n eentje aan de wijn. ’t Worden er altijd twee… Minstens. Ik baal d’r van!”

Ik zie dat het hem ernst is. “Wil je vertellen hoeveel je drinkt?”

“Met regelmaat gaan er drie flessen open.” Half verontschuldigend lachend: “Ik vind het zo verrekte lekker en ik word er niet dronken van. Mijn vrouw merkt niks, die drinkt één of twee glaasjes en gaat rond tien uur naar bed.” Zijn vrouw werkt nog. Hij is sinds een jaar gepensioneerd; kijkt terug op een leuke baan als manager. “Ook toen ik werkte dronk ik te veel volgens de drinktest. Maar sinds ik niet meer werk drink ik steeds eerder en steeds meer.” Lege flessen verstopt hij achter de keldertrap en gooit ze in de container als zijn vrouw niet thuis is. “Dat geeft zo’n rotgevoel. De actie 40 dagen zonder alcohol heeft mij aan het denken gezet. Ik wil minderen! Ik doe mee!” www.40dagenzonderalcohol.com

Share Button

In de lente Topic: Toon Jilesen: “Ik ben ik. Ik ben niet mijn beperking”

Topic. Toon carnaval. lente 2017“Ik ben ik. Ik ben niet mijn beperking. Als baby kreeg ik polio-infectie.” Toon Jilesen groeide op met een verlamd been. “Ik wist niet beter.” Hij groeide op in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Over ach en wee werd niet gesproken. Wat had je immers te klagen zo vlak na de oorlog. Zijn vader overleed jong, zijn moeder bleef achter met drie kleine kinderen. “Na enige jaren hertrouwde mijn moeder en kwamen er vijf kinderen bij. Tijd om emoties te delen was er niet en als er al tijd voor was dan wisten we niet hoe we dat moesten doen.”

Kleuterschool, lagere school, vanaf de vierde klas naar de Maartensschool in Nijmegen en vervolgens naar de LTS op Werkenrode in Groesbeek. Daar leerde hij voor elektrotechnicus. “Ik voelde mij ‘gewoon.’ Dat veranderde toen ik slaagde voor die opleiding en een baan kreeg. Toen merkte ik, dat ik buiten de beschermde wereld van Werkenrode en Ottersum helemaal niet gewoon was. Dat was een harde gewaarwording.” Hij kan er nog boos om worden. “Vanwege mijn lichamelijke beperking betaalde mijn eerste werkgever mij minder dan mijn collega die net zo oud was als ik en die hetzelfde werk deed. Dat voelde zo onrechtvaardig! Ik was amper twintig, maar niet gek! Ik heb het aangevochten.” Toon won, maar de arbeidsverhouding was daardoor verstoord. Dus op zoek naar ander werk. Op enig moment paste zittend werk beter en heeft hij zich laten omscholen tot administratief medewerker, waarna hij ruim 20 jaar op het kantoor van Werkenrode heeft gewerkt.

Inmiddels is hij gepensioneerd en woont in Maasstaete in Mook. Daar heeft hij een ruime woning en is selfsupporting met als enige luxe een keer per week een huishoudelijk hulp. “Maar dat hebben mensen zonder lichamelijke beperking ook!”  In de hal van het gebouw staat zijn handbike geparkeerd. Die koppelt hij aan zijn rolstoel en zo fietst hij geregeld zo’n dertig kilometer rondom Mook. Dat levert spierballen op!  “Ik vind het heerlijk om op de manier te fietsen.” Maar Toon heeft ook een aangepaste auto en vindt zo zijn weg door de wijde regio. Dat komt vooral goed van pas voor zijn werk bij Stichting GIPS in de kop van Limburg. (Gehandicapten Informatie Project Scholen.)

Toon bezoekt, al meer dan 10 jaar, samen met andere mensen met een lichamelijke beperking, 2 x per maand een basisschool in die regio. Met als doel het bevorderen van de integratie van mensen met een beperking in de samenleving en het werken aan een positieve beeldvorming over mensen met een beperking.

“We laten de kinderen van groep 8 kennismaken met de mogelijkheden die mensen met een beperking hebben en met eventuele hulpmiddelen. We bezoeken ze twee keer. Via het GIPS-spel ervaren zij hoe het is om een beperking te hebben, verschillende handicaps komen aan bod. Mobiliteitsproblemen, blind, doof enz.  Tijdens ons tweede bezoek geven we antwoorden op vragen en worden de kinderen vertrouwd gemaakt met het ‘verschijnsel’ handicap/beperking. Hartstikke leuk om te doen. Weet je wat ook leuk is?” Hij lacht en laat mij een foto zien: “Kijk, dit jaar ben ik adjudant van de prins van de Alde Hap van de Heikneuters! Prachtig, vind ik dat! Ja, daar ben ik zeker trots op. Mooie foto hè.”

Share Button

Petrie Bernhard: “Ik wil steeds iets nieuws bereiken!”

“Mijn moeder is dood. Dat is prima. Mijn vader was een passant. Een Spanjaard. Dat is een verhaal apart. Mijn moeder was alcoholiste. Onderzoek heeft uitgewezen dat mijn handicap een direct gevolg is van haar alcoholmisbruik tijdens de zwangerschap. Vanaf mijn geboorte heb ik moeten knokken. Rechts heb ik spasmen, ik weet niet beter. Mijn handicap ervaar ik niet als een beperking. Soms word ik ermee geconfronteerd door ‘de ander.’ Met een bovengemiddelde Citotoetsuitslag wilde mijn moeder mij op de Mytylschool houden. Ik had andere plannen! Daar was ik uitgeleerd. Ik verveelde mij en was daar niet gelukkig. Zij waren niet ingesteld op mijn niveau. Mijn moeder ook niet. Op school mocht ik de tamme ratten verzorgen en de planten watergeven en af en toe kreeg ik Engelse les. Ik wilde leren. Op de middelbare school in Oss werd ik geweigerd, een kind met een lichamelijke beperking, dat zou niet goed zijn voor de andere leerlingen. Pure discriminatie! Ik heb zelf een andere school gezocht, een mavoschool. Dat was een verademing, zo fijn, daar werd ik als mens behandeld, zowel door de docenten als door de leerlingen. Maar wiskunde, dat ging echt niet goed. Ik kreeg het met mijn hand niet voor elkaar, die cijfertjes en lijntjes. Ik gooide het op een akkoordje met de wiskundeleraar. ‘Als u ervoor zorgt dat ik geen wiskunde meer hoeft te doen, dan ga ik mij inzetten voor het project van uw broer in Indonesië!’ Hij nam mijn vraag serieus. Het verzoek werd ingediend bij de Inspectie.  En toen, je gelooft het bijna niet, Gerie, toen kwam de toenmalig staatssecretaris van onderwijs, mevrouw Nell Ginjaar-Maas, van de VVD, hoogstpersoonlijk naar school om vast te stellen dat wiskunde voor mij inderdaad niet te doen was en kreeg ik vrijstelling! Bijzonder hè?  Maar dat betekende wel, dat ik mijn belofte moest inlossen. Dat is gelukt!  Mijn project werd een project van de hele school.  In drie jaar tijd was het geld bij elkaar en kon er met de bouw van een nieuwe school in Indonesië begonnen worden. Ja, natuurlijk ben ik geslaagd. Daarna heb ik ook nog de havo gedaan en vwo en ging het leven zijn gang. Nu studeer ik aan de Open Universiteit, Rechtswetenschappen. Ik studeer iedere dag van tien tot twaalf. En sport twee keer per week. Wel onder leiding van een fysiotherapeut. Dat dan weer wel.”

Petrie vertelt. “Ik wil steeds iets nieuws bereiken! Jurist worden.” Haar man Martin Bernhard luistert aandachtig, kijkt trots. Liefdevol. “Ik ben zeer gelukkig met Petrie. Ik bewonder haar kracht en doorzettingsvermogen.” Hij staat op, pakt een foto uit de kast. Ik zie een stralende Petrie in een prachtige jurk. Voor beiden is het hun 2de huwelijk. Beide kennen het verdriet van afscheid door overlijden. Petrie is 45 jaar, Martin op weg naar 78 jaar. “Wat is een getal. Wij houden van elkaar.” Petrie maakt grapjes. Plaagt goedaardig. “We hebben nog zoveel plannen. Een beperking hebben betekent niet, dat je niets kunt!” Weer pakt Martin een fotolijst. Hierin geen foto maar een gedicht. “Petrie inspireert mij tot het schrijven van poëzie.” Ik lees prachtige regels, uit zijn hart geschreven. Petrie lacht vrolijk.  Tijdens het interview een stralende zon in Mook. Petrie en Martin straalden ook!Topic. Petrie en Marting

Share Button

OVER LENTE & LIEFDE

Stads. lente en liefde. gras

 Over lente & liefde

Liedje op de radio. Een liedje van toen.  “When a man loves a women.” O ja, dat liedje… Ik ben terug in ‘toen.’ Toen winters Winter waren, zomers Zonnig en lente Lekker Lang duurde. Ik flaneerde op m’n paasbest wankel op spiksplinternieuwe schoenen met queeny hakjes. Voelde mij daarmee de koning te rijk. “When a man loves a woman.” Ik zing mee met Percy Sledge. Wat een passie en wat een passie had mijn vriendje voor mij …

Denk terug aan toen ik verlegen kuste onder de bloeiende perenboom. Herinner mij de structuur van de stof van zijn colbert, beetje ruw, beetje zacht. ’t Was een nieuw jasje.

Het singeltje kreeg ik van hèm cadeau. Ik vond het prachtig. Die stem, de muziek. Ik sprak amper Engels, maar hij vertelde dat het een serieuze tekst was en dat hij altijd van mij zou blijven houden. Daar schrok ik van.

Liedje zet mij terug in mijn lentejurk, gemaakt van lichtblauwe trevira. Prinsessenlijn, daaronder nylons en jarretels. Wat voelde ik mij ongelukkig soms, want het vriendje hield van mij en ik niet op die manier van hem. Hoe vertel je dat als je net zestien bent? Hij was ontroostbaar, maar het werd weer lente. Gelukkig! Hij vond een nieuwe liefde.

Het gebeurt voor m’n ogen. Hij schurkt dichter tegen haar aan. Kust haar.Zij schrikt er niet van. Vindt dat gekroel wel lekker. Houdt ook van hem. Dat zie je. Ze zitten hier op de pergola. Ze koeren, iedereen mag het zien en horen! Duiven kiezen een partner voor het leven. Ze hebben zin in de nieuwe lente en in elkaar.

Nichtje heeft liefdesverdriet. Ze is zestien. Voor haar ogen kuste de jongen waar zij haar zinnen op had gezet een ander meisje. Met verdriet en groot gevoel voor drama snikt ze: “Als je zoveel van iemand houdt en hij doet dit.” Ik troost. Vertel en kijk om… Wat lijkt het kort geleden…Een halve eeuw…  En zo bijzonder, steeds weer een nieuwe lente.

Ik probeer haar op te vrolijken. “Zin om iets leuks te doen? Naar de stad? Jurkje? Broek? Bloesje?” Ze droogt haar tranen en lacht weer. ”Daar heb ik zin in!”

Lente voelt als een nieuw schrift, een schone lei, een nieuw begin. Daar word ik blij van. En met een rondje stad in het vooruitzicht, nichtje gelukkig ook!

Share Button

40 dagen zonder alcohol

Op de koffie

Roerend in de koffie: “Is het zo erg met jou gesteld, dat je alweer meedoet? Ja, Ik heb het gelezen, ik hoor bij de risicogroep, schijnt. Tja.” Tegen zijn vrouw: “Nee, ik hoef geen gebak.” Tegen mij: “Da’s niks, al die snoeperij. Slecht voor je lijf. Wat denk jij, zou het zo’n vaart lopen? Ik denk het niet. Ik functioneer gewoon. Ik werk voor de club en voor de kerk en ik zing in een koor, ‘k ben topfit. Bij de lunch nemen we een glaasje, als de zon schijnt wit, dan gaan we hierachter op het terras zitten en als het kouder is brandt de haard en drinken we rood.” Vrolijk: “Daarna een dutje. Rond tweeën weer aan de slag tot een uur of vijf. Dan drinken we weer gezellig een glaasje en soms een wijntje bij het eten, als we vis eten vind ik dat lekker. Gezond, vis, dat eten we vaak. Wij kijken graag naar Jinek dan neem ik een biertje. Het hare heeft altijd zo’n fris kraagje, daardoor krijg ik er ook zin in! Ik heb niet het idee dat ik ‘aan de drank’ ben. Jij wel dan? Nee, wij doen niet mee met die actie, we hebben het er wel over gehad, maar die paar glaasjes. Nee, nog nooit de dranktest gedaan… Grinnikend: “De vijf in de klok Geer, wij nemen er vast een. Jij nog thee?”

www.40dagenzonder alcohol.com

Share Button