Pastor Jos van Rooij uit Groesbeek neemt afscheid op zondag 24 september

“Het gaat natuurlijk allemaal door, maar wat zal het voor mij anders zijn zonder Jos,” zegt koster Rikie Straatman. “Heel regelmatig spraken we elkaar, deelden lief en leed en besprak Jos met mij en met de andere vrijwilligers de zaken rondom de diensten en activiteiten in en rondom de kerk.”

Na een 27-jarig dienstverband als pastor in de katholieke kerk in Groesbeek neemt pastor Jos van Rooij (70 jaar) afscheid. Dat doet hij op zondag 24 september met een feestelijke mis in de Cosmas en Damianuskerk in Groesbeek. Naar aanleiding van dit afscheid sprak ik met hem (en met koster Rikie Straatman) en legde hem ook een aantal kernwoorden voor. Daarop gaf hij een spontane reactie. 

“Kom maar naar de kerk in het dorp,” zegt hij als ik bel om de afspraak voor dit gesprek te maken. “We drinken om 10.00 uur koffie in de sacristie.” Koster Rikie, secretaresse Diny en alle vrijwilligers in de Cosmas en Damianus weten dat en slaan niet graag over. Rikie vindt het leuk om bij het gesprek aanwezig te zijn en zegt na afloop: “Jos en ik hebben in die 27 jaar veel met elkaar gedeeld, maar toch hoorde ik nieuwe inzichten en verhalen.” En als er door een vrijwilliger gevraagd wordt om de aanwezigheid van Jos in de kerk, en we samen zijn, zegt ze: “Jos is een fijne pastor én een fijn mens! In al die jaren is er tussen ons geen onvertogen woord gevallen. Hij geeft ruimte, toont respect voor wie je bent, wat je doet en gelooft. Ik ga hem hier missen, dat weet ik zeker!”

Pastor Jos van Rooij: “Geloven gaat ergens over!”

Wie kent hem niet in Groesbeek? Warme sonore stem en vriendelijke lach. Betrokken bij kerk en maatschappij. Ik spreek hem op maandagmorgen 31 juli. Het is zijn laatste officiële werkdag. ’s Middags is hij nog de voorganger bij een begrafenisdienst in de Cosmas en Damianus.

“En dan?”

“Vakantie.”

“En daarna?”

“Na mijn vakantie houd ik een sabbatical van drie maanden. Daarna laat ik mij verrassen door wat er op mijn pad komt.”

Uw stem, zo rustig en duidelijk, die had u altijd al?

Ja, die had hij altijd al. Die bleef na de baard in z’n keel. 

 

Geloof en religie hebben u altijd geboeid? “Ja, altijd. Ik wist al vroeg dat ik priester wilde worden. Als kind speelde ik ‘misje.’ Ik was dan priester, een zus misdienaar. Vol devotie en met bezielend vuur, gehuld in de tafelsprei, leidde ik de mis. Ik ben opgegroeid in Brabant in een warm gezin op de boerderij. Wij waren thuis met 12 kinderen, er was altijd wel een misdienaar voorhanden.

Het leven en werk op de boerderij vond ik fantastisch en mijn vader was mijn beste vriend. Een zorgvolle man. Hij heeft mij altijd gesteund, ook in mijn zoektocht naar geloof en religie. Mijn moeder ook! Zij stuurde mij in de jaren dat ik op het seminarie was, iedere week een lange (handgeschreven) brief met bemoedigende woorden en over de gebeurtenissen thuis.” Lachend: “Ja, volgens mij was ik de vroomste in ons gezin. Tijdens mijn studie op het grootseminarie in het Brabantse Haaren, werd ik mij er bewust van dat ik niet celibatair wilde leven. Ik was niet de enige! Met onze klas zijn we naar Monseigneur Bluyssen gegaan, hij was toen bisschop in Den Bosch. Wij kregen de gelegenheid om onze dilemma’s met hem te bespreken.  Hij begreep ons.  Dat was voor toentertijd heel wat! De laatste vijf jaar van mijn studie theologie deed ik op de Radboud universiteit in Nijmegen. Daar heb ik genoten! Van de studie en van het studentenleven. Ik woonde in een studentenhuis. Iedere avond na de studie bij studievrienden op de kamer napraten met een biertje of nog even in de stad samen een biertje drinken.”

“Iedere dag Jos?” vraagt Rikie licht verschrikt. Jos breed glimlachend: “Ja hoor, we sloegen zelden over. We waren vrolijke jongelui vol idealen.  Maar de taal die sommigen van mijn studiegenoten gebruikten…”

Wat dan?

Hij vertelt erover. We lachen erom. “Als mijn ouders dat hadden gehoord…”

Groesbeek

“Prachtig dorp met een hartelijke (kerk)gemeenschap. Ik woon en werk er met plezier. De Horst is een fijne plek om te wonen. Door mijn werk en de werkgroep Kerk en Samenleving ken ik veel mensen en ben ik in contact gekomen met veel gezinnen en verschillende disciplines in de Groesbeekse samenleving. Politie, Jeugd en Jongerenwerk, asielzoekers, vluchtelingen, sportclubs, buurtwerk, oecumene, enz.”

Pastor

“Omdat ik het celibaat niet had aanvaard, werd ik pastor en geen pastoor. Ik wist mij gesteund in mijn beslissing om niet celibatair te leven door mijn geestelijk leidsman bisschop Bluyssen en mijn jaargenoten. Er zijn twee sacramenten die een pastor volgens de regels van de kerk niet mag doen. Dat is de biecht afnemen en hosties wijden. Als een diaken of een pastor de mis doet, zijn de hosties gewijd door de pastoor of kapelaan.  Die geconsecreerde (gewijde) hosties worden door hen in de ciborie in het tabernakel geplaatst. Die gebruikt een diaken of pastor in de mis.  Ik vind het heel jammer, dat de Rooms Katholieke kerk nog steeds vasthoudt aan het ongehuwde priesterschap.”

Rituelen

“Geven mij, en veel andere mensen ook, houvast, structuur en vertrouwen. Kinderen bewaren goede herinneringen aan rituelen voor het slapen gaan, een verhaaltje of een versje. Mijn moeder bad elke avond: ‘Dank lieve Heertje, dank lieve vrouwtje, dank alle engeltjes zoet, die mijn kinderen bewaren moet.’ In de katholieke kerk zijn de doop, de communie, het vormsel, de kerkelijke inzegening van een huwelijk en de dienst bij een overlijden belangrijke rituelen. In mijn leven zijn er ook tal van persoonlijke rituelen. Iedere vrijdagavond de preek maken, is voor mij een mooi ritueel, die op zaterdagmorgen nalezen, eventueel aanvullen en dan op zaterdag en zondag preken.  Ik heb ook een zaterdagavondritueel: Met mijn vrouw Els een krimi kijken! Maar ook iedere werkdag om 10.00 uur koffiedrinken met de vrijwilligers in de kerk, is in de loop der jaren een waardevol ritueel geworden.”

Hemel

“Wat is er na de dood?  Daar ben ik mijn hele leven al mee bezig en daar denk ik veel over na. Ik geloof dat de hemel ons via de geestelijke ladder dichter bij God brengt dat ik van daaruit verder groei naar Zijn Heerlijkheid. Zoals je sterft, zo kom je aan in de andere kant. Je hebt daar nog wel wat uit te werken. Het is een zegen als je goed en rustig sterft en in vrijheid naar Het Licht van God kunt gaan. In de hemel mag je komen met al je wanhoop en verdriet. Tijdens mijn studie had ik een periode dat ik dacht: ‘Stel dat het poppenkast is, dat het allemaal door de mensen is bedacht?’ Die gedachte ervaarde ik als een grote schok. Ik wilde beslist mijn geloof niet verliezen. Ik voel mij gezegend dat ik mijn geloof heb behouden.”

Jos, mijn protestantse moeder zou met dit antwoord niet uit de voeten kunnen. Die gelooft dat de hemel het paradijs is, en dat zij na haar dood ‘klaar is’ omdat Jezus haar zonden, zorgen en verdriet op zich heeft genomen. “Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.”

Jos licht toe: “Ik geloof in de geestelijke ladder die je dichter bij God brengt. Het beeld van de ladder is een symbool geworden in de geestelijke literatuur. Aan de ladder is een religieus en een humaan aspect verbonden. Als je de ladder beklimt stijg je op naar God en daar hoort ook bij dat je afdaalt in je eigen ziel, dat wil zeggen, dat je jezelf leert kennen. De relatie met God wordt dus mogelijk door de relatie met jezelf, je naaste en ook door de realiteit om al je gedachten en gevoelens te aanvaarden. Zelfkennis wordt dus een voorwaarde voor een relatie met God.”

God

 “God is mijn vriend. God is het ultieme. God is het onbegrijpelijke. God is liefde. Daar waar mensen in liefde samenzijn is God. Wie de ander liefheeft is een kind van God. Ook al beseft hij/zij dat nog niet. God is mijn inspiratie.”

U praat met God?

“O ja! Ik bid tot Hem en tot de Engelen. Bidden opent de geestelijke ladder. Je kent het verhaal van Samuel, die door zijn  moeder aan de tempel werd toevertrouwd en die op zekere dag geroepen wordt door God?  Vanaf m’n vierde jaar heb ik een Godsbesef. Dát verhaal… Prachtig. Als kind voelde ik mij zeer verbonden met die kleine Samuel, dat is in mijn volwassen leven zo gebleven!  Daar ben ik blij om. Bijzonder als je door God geroepen wordt. Mijn verbondenheid met God is nooit meer overgegaan. Ja, ik zoek vaak Gods steun en nabijheid.”

Jezus

Zijn ogen krijgen extra glans. “Jezus is het!” Met liefde en passie zegt hij: “Jezus is verweven in mijn leven. Hij is De Meester van Het Licht. De grootste liefderijke persoon die de aarde ooit heeft gekend. Jezus laat zien hoe je moet leven. Hij is altijd aanspreekbaar en Hij laat je het wonder zien van de liefde en verdraagzaamheid. Tal van mensen heeft Hij geïnspireerd. Door mensen als Franciscus van Assisi en Titus Brandsma blijft Jezus zijn boodschap doorgeven.”

Maria

Met een lach: “Ik heb mijn eigen Maria, dat is Els! Heel fijn dat zij en ik ons geloof met elkaar kunnen delen en voeden, dat verdiept en versterkt onze relatie. Dat gun ik alle stellen.Voor veel katholieken is Maria, als moeder van Jezus een symbool van troost en bemiddeling en wordt zij aanbeden. Dat respecteer ik, maar ik aanbid haar niet en heb geen lijntje met haar. Wel met God en met Jezus. Maar toch vind ik haar aanwezigheid in onze religie een belangrijke, en geloof ik dat zij ook als symbool dient voor de hemelse ladder. Bijvoorbeeld tijdens een huwelijk, als ik met een bruidspaar naar het Maria-altaar ga, dan ervaar ik soms de geestelijke wereld. Dan voel ik de kracht en aanwezigheid van een overleden persoon. Dat kan Maria zijn, maar het kan ook een overleden familielid van het bruidspaar zijn. Ja, dat voel ik en geloof ik.”

Rikie luistert aandachtig en zegt: “Ik geloof wel in de kracht van Maria. Zij is belangrijk voor mij.”

Oecumene

“Ik vind het een groot goed om religieuze ervaringen te delen, de dialoog aan te gaan en je open te stellen voor andere waarden.”

Vrijwilligers

“Zij zijn de ogen en oren van je gemeenschap, degenen die het geloof verder de gemeenschap in dragen. Het wordt wel steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. De meest gemotiveerde mensen hebben vaak al een volle agenda. Maar het is ook een kwestie van samen een goed klimaat scheppen.  Ik ervaar het zo, dat we eigenlijk in de kerk allemaal vrijwilligers zijn: zonder elkaar kom je nergens. Samen bouw je de gemeenschap op en deel je je geloof.”

Praten we nog eens door over die hemelse ladder?

“Dat wil ik met plezier doen!”

Meer Jos van Rooij:

De autoradio staat op: “NPO 1. Altijd.”

Mooiste Muziek: “Russische orthodoxe a-capellakoren.”

Mooiste boek: “Er zijn er zoveel. Dat laat ik je nog weten.”

Mooiste film:  “Butch Cassidy and the sundance kid. Vooral ‘sundance kid’ sprak mij erg aan.”

Mooiste plekje in Groesbeek: “Bij mij op de Horst, het Holthuuzer paedje en het Renspad, waar ze de Ren zo prachtig nieuw hebben aangelegd.”

Mooiste stad: “Amsterdam! Die stad geeft mij energie. Is met zijn diversiteit aan inwoners en bezoekers toch zo Nederlands met volop positieve jonge mensen en vrijheid.”

Mooiste tv-programma: Hij denkt even na. Zegt dan: “Heb ik niet!”

Mooiste feest: “De 40- en de 50-jarige bruiloft van mijn ouders. Heel bijzonder en feestelijk.”

Het liefst eet ik: “Thuis! Nergens lekkerder! In rust eten dat met alle liefde is bereid. De soep van Els… Die is heerlijk! En haar chocoladepudding… Die maakt ze speciaal voor mij met extra cacao. Die is zó lekker. Die eet ik nergens zo!”

Mooiste vakantieherinnering. “Mijn eerste vakantie met vrienden en vriendinnen, studiegenoten. We legden geld bij elkaar. 1900 gulden. Daarvoor kochten we een busje en reisden daarmee naar Griekenland. We waren met z’n zevenen en we hebben zoveel pret gehad en zoveel gezien en ontdekt. Na de vakantie verkochten we het busje voor 2000 gulden. Onvergetelijk. De goede band die we toen hadden is er nog steeds. Nu zijn vakanties met de kinderen en kleinkinderen mij heel dierbaar.”

Mooiste boek… De andere dag stuurt Jos mij een mail met het antwoord op die vraag.

“Op de vraag; Wat is je  mooiste boek zijn talloze antwoorden mogelijk, van  Solzhenitsyn: ‘Het kankerpaviljoen’ tot  ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van de  Colombiaanse Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez. Ik houd van lezen. Heel bepalend voor mij was het boek van de Amerikaan William James, (1842-1910) met als titel: ‘Over religieuze ervaring’. (The varietys of religious experience). Samen met het boek: ‘The voice of Illness’ – De stem van het ziek-zijn, van Aarne Siirala. (1919-1991). Beide schrijvers hebben me geleerd: Geloven gaat ergens over. Zij hebben me definitief de zin van geloof leren inzien en de motivatie gegeven voor mijn grondidee: geloven is voelen, geloven is ontdekken wie je als mens bent. Geloven is een hele spannende onderneming.

Daar komen de mooie woorden van Monseigneur Bluyssen bij: ‘Bidden is niet zozeer vragen, maar veeleer stil worden, luisteren en wachten … (op innerlijk antwoord)’. Dat sluit goed aan bij de moderne herwaardering van de intuïtie, het opnieuw ontdekken van de voelsprieten van ons hart. Geloven is de ontdekkingsweg van wie je bent als mens.

Al die vragen overvallen en als je daar dan in stilte over nadenkt, komen de antwoorden.”

Dag pastor Jos van Rooij, geniet van uw afscheidsdienst en van de komende tijd. Alle goeds gewenst!

Over het boek The Varieties of regligious experience (Geknipt van Internet):

Wat William James ook tegenwoordig nog, of misschien juist tegenwoordig, nog tot zo’n aansprekende figuur maakt, iemand die we niet los kunnen laten, is zijn aanhoudende pleidooi voor de kracht van de verbeelding in het leven zelf. Wil het leven leefbaar zijn, dan moet de menselijke geest de vrijheid hebben het van binnen uit te vormen alsof het een eigen kunstwerk is, met alle irrationele tegenstrijdigheden van dien. Geloof en bijgeloof, rede en illusie, idealisme en ironie kunnen in zo’n leven naast elkaar bestaan zonder dat het op een mentale burgeroorlog uitdraait. Caleidoscopisch als zo’n leven is, vormt het het beste weermiddel tegen fundamentalisme, of dat nu religieus, politiek of wetenschappelijk is. 

De Amerikaan William James – 1842-1910 -, arts, psycholoog en filosoof, publiceerde verscheidene werken, maar geen ervan bracht hem zo langdurige faam als THE VARIETIES OF RELIGIOUS EXPERIENCE – 1902 -. Deze bundeling van een serie gastcolleges in Engeland – Gifford Lectures – zou een monument blijven van wat toen de ‘godsdienstpsychologie’ ging heten. Volgens James, in de typisch pragmatische, Amerikaanse traditie, moest men godsdienst niet op zijn theoretische bedoelingen en uitgangspunten beoordelen maar op de vruchten. In één zin: Not the roots but the fruits.

In zijn VARIETIES beschrijft James religieuze verschijnselen als bekering, heiligheid, mystiek, gebed maar ook de rol van godsdienst op het gelukkig en ongelukkig zijn van de mens.
William James was de broer van de Britse romanschrijver en essayist Henry James; beiden waren gezegend met een bijzonder schrijf­talent. Menigeen roemt na honderd jaar de VARIETIES, om zijn mooie en heldere beschrijvingen en om het belang dat James in een rationalistische tijd hechtte aan de persoonlijke ervaring in het religieuze.

Zo stelde hij dat een mens zonder religieuze ervaring nooit kan voldoen aan hoge morele eisen als die van liefdadigheid en heldendom. Hierin was hij het tegendeel van Nietzsche die meende dat godsdienst slechts dreef tot passieve gehoorzaamheid en een slavenmentaliteit.
Nog steeds is William James vooral in het Engelse taalgebied in ere, met een Society, een Council, een Association, een tijdschrift, websites, jaarlijkse essaywedstrijden, awards en prijzen.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *