Alzheimercafé – Heb het lef om te gaan!

Leven is Lef 

Staat op de site van Alzheimer Nederland. Nogal heftig. 1:3 vrouwen. 1:5 mannen… Opgelucht lachend zegt de mevrouw die ik aanspreek: “Ik ben hier niet de enige!” Het 1ste  Alzheimercafé Heumen Mook en Middelaar op 5 oktober bij Van der Valk Molenhoek telt maar liefst 155 bezoekers.

Onder lotgenoten. Maar toch vindt deze mevrouw het niet gemakkelijk om over de Alzheimer van haar man te praten. En ze wil zeker niet met naam en foto in de krant. “Te confronterend. Ook voor mijn man. Iedere dag kijkt hij in de krant. Nee, hij is niet hier, te veel prikkels.”

Van lieverlee veranderde hun leven. “Er kwamen verwijten over en weer. Soms kregen we zelfs ruzie. Dat waren wij niet gewend. ‘k Snapte er niets van. Aan Alzheimer dacht ik niet, dat kwam veel later. We balanceerde jarenlang tussen verdrietig en boos. Wij noemden het onze midlifecrisis. Wensten allebei dat het over zou gaan. Meer en meer veranderde onze relatie en raakte ik hem kwijt; Ik ging hem beschermen en afschermen.  ‘Mam zeur niet zo’ zeiden de kinderen als ik probeerde mijn zorg met hen te delen. Als de kinderen thuiskwamen leek hij topfit, hij is een kei in verbloemen. Met elkaar lachten we dan de donkere wolk weg en proosten op het goede leven.  ‘Zie je wel mam, Pap mankeert niks!’

‘Doe niet zo somber,’ zei m’n zus en m’n vriendin en de buurvrouw. Ook de huisarts liet zich om de tuin leiden. Uiteindelijk, na jaren, kregen we definitief te horen wat we al wisten en bang voor waren. Soms zegt hij: “Wat erg voor jou, mijn leven.”

Ook Joey (26) en zijn moeder Marian Groenen (61 jaar) uit Overasselt vinden het prettig dat het café druk bezet is. Afgelopen maart kwam de prognose. “Moeilijk te accepteren,” zegt Joey.

De familie Groenen heeft ervoor gekozen om open te zijn over de Alzheimer van hun man en vader. “Dat onze woonomgeving het weet geeft een soort van rust. Stel dat hij een keer in een winkel vergeet om af te rekenen, dan weten ze waar het door komt en hij niets kwaad in de zin heeft. Of als hij de weg niet weet…” De man van Marian was 50 toen de onrust in hun leven begon. De prognose kwam 7 Jaar later. “De huisarts noemde het een burn-out.” Ze zijn blij dat ze het Alzheimercafé hebben bezocht. “Ja de volgende maand komen we weer!”

Leven is lef verschijnt in opdracht van Malderburch Welzijn Ouderen, gemeente Heumen. Vragen over Alzheimer? Bel naar 024 – 357 05 70.

Share Button

Meer kennismaken met Chioma Verstraaten-Uche uit Groesbeek die is geboren in Nigeria

  Chioma Verstraaten-Uche

Nigeria

Prachtig land in westelijk Afrika. Tropisch klimaat, ruim 850 kilometer kustlijn en een schitterend en gevarieerd landschap. Mangrovebossen, tropische regenwouden, savanne, grassteppe, bergebieden en heuvels. Dieren die wij hier kennen uit boeken, via tv, internet en dierentuin lopen daar vrij rond: Gazellen, antilopen, leeuwen, olifanten, giraffes, buffels, zebra’s nijlpaarden en apen. De paradijsbloem met zijn prachtige vorm en kleuren groeit op sommige plaatsen langs de kant van de weg. Het land is groot. Nederland past er 27 (!) x in. En er wonen miljoenen mensen. Telling 2016: 186.053.386.

Nigeria telt meer dan 250 verschillende etnische groepen. De belangrijkste stammen strijden nogal eens om de macht, wat van tijd tot tijd tot geweldsuitbarstingen leidt. Daarbij komen spanningen vanwege religieuze verschillen: Haussa bijvoorbeeld zijn overwegend moslim, terwijl Igbo overwegend christen zijn. In dat land, hier hemelsbreed circa 4797 km vandaan werd op 14 augustus 1984 Chioma Uche geboren en een jaar of twaalf getogen. Het gezin Uche is Igbo en spreekt die taal. Engels werd geleerd op de basisschool. Op zondag ging de familie naar de (Anglicaanse) kerk.  Het gezin bestaat uit vader en moeder en 7 kinderen. Chioma heeft 4 zussen en 2 broers die nu op verschillende plaatsen in de wereld wonen. O.a. in Maleisië, Mozambique, Oekraïne en Kameroen en haar jongste broer studeert aan de universiteit van Nigeria. Na hun lagereschooltijd gingen de kinderen naar buurland Kameroen om vervolgonderwijs te volgen. Daar leerden zij ook Frans spreken en schrijven.

“We woonden tijdens de opleiding bij familie en vrienden van mijn ouders. Nee, dat was niet vervelend. Leuk juist.” Na haar opleiding is Chioma in Kameroen gebleven en heeft van 2006 tot 2013 gewerkt als lerares op een basisschool.

Kameroen

Op internet lees ik dat de oppervlakte van Kameroen elf keer zo groot is als Nederland  en dat Kameroen in vergelijking met andere Afrikaanse landen het niet slecht doet op het vlak van onderwijs. In 2010 kon 78,3% van de jongens en 64,8% van de meisjes van 15 jaar en ouder lezen en schrijven. Daar heeft Chioma haar steentje aan  bijgedragen! In Nederland slaagde zij met goede cijfers voor de inburgeringscursus.  “Maar Nederlands vond ik écht moeilijk om te leren spreken en schrijven. Ik leer nog steeds bij.”

We drinken een kop thee in lunchroom De Kroon in de Dorpsstraat. Regen tikt tegen de ramen. “Twee bijzondere landen met iedere dag de zon, en dan woon je nu in Groesbeek”…

“Ja, soms is het koud en nat hier, dat vind ik niet erg. De jaargetijden zijn mooi en Groesbeek is fijn om te wonen.”

Voor de liefde is zij naar Nederland gekomen.  Andy Verstraaten, haar man ontmoette zij in 2010 in Kameroen. Hij was daar, samen met zijn ouders en een kennis op vakantie bij zijn broer, die met zijn Ghanese vrouw, daar woont. “Lieve mensen allemaal.”

En toen werd je verliefd?  Chioma lacht breeduit. “Ja! Ik was blij dat Andy en ik verliefd werden. Heel blij!”

2 x feest!

Van het een kwam het ander.  In mei 2013 zijn ze in Kameroen voor de wet getrouwd en in september 2013 is hun huwelijk in Nederland bevestigd door pastoor Van Gestel in de katholieke kerk in het dorp.

Na afloop was er feest in De Linde met familie en vrienden met een mooie en lekkere bruidstaart. “Ja, dat was mooi.” Chioma heeft het goed naar haar zin in Groesbeek. Ook kerkelijk. Ondanks dat zij hun huwelijk bevestigden in de katholieke kerk voelde zij zich na enige tijd, door persoonlijke contacten met verschillende kerk- en dorpsgenoten, meer thuis in de gemeenschap van de protestantse kerk.

“Nee, geen heimwee, mijn man en mijn zonen zijn hier, maar ik mis mijn ouders en speciaal mijn dochter Amaka. Amaka is tien jaar en wordt door mijn vader en moeder opgevoed. Dat komt goed, maar het liefst heb ik haar ook hier bij ons. Gelukkig is er Skype en WhatsApp en Facebook. Zo blijf ik met haar en met andere familie in contact. En we gaan regelmatig naar Kameroen met vakantie. Andy en ik vertrouwen erop dat het gaat lukken dat zij hier bij ons mag komen wonen. Ik bid en praat met God. Elke avond en elke ochtend. Mijn geloof in God geeft mij steun. En ik zing graag! Iedere dag!”

Chioma zingt graag gospels. Zo nu en dan ook solo tijdens een dienst in de kerk. Ondertussen is ze moeder van drie kinderen, want Chioma en haar man zijn de trotse ouders geworden van twee zonen. “Nando is ruim drie jaar en Bryan is alweer bijna twee jaar.” Naast dat zij voor haar gezin zorgt, zorgt zij er ook voor dat het kantoor van Van Kesteren in Groesbeek schoon en netjes blijft. En in deze zomer is zij als vakantiehulp bij VERIAN in de thuiszorg aan de slag gegaan. “Als de kinderen groter zijn, dan ga ik weer een opleiding volgen. En wie weet is deze vakantiebaan wel een mooie opstap naar vast werk bij VERIAN.“ Haar ogen stralen als ze zegt: “Ja, dat zou ik graag willen.”

Fijn dat je je thuis voelt in Groesbeek Chioma. We wensen jou en je gezin alle goeds!

Artikel geschreven voor kerkblad TOV Mirjam van de  protestantse kerk Groesbeek.http://www.pkn-groesbeek.nl

Share Button

Let the Sunshine 

Nichtje straalt.“Kijk tante Gerie!” Vrolijk staat ze daar. Blij met haar nieuwe aankoop.Ze ziet er schitterend uit in een crème jurk met rode en roze rozen. Ik vertel haar dat ik ooit een soortgelijke jurk heb gedragen. “Heb jíj dít gedragen?” Ze lacht.“Wanneer dan?”

Eind jaren zestig van de vorige eeuw.

Mijn lange haar op een staart. Boudewijn de Groot zong: ‘Meisje van zestien’ en ‘Verdronken vlinder.’ Uit volle borst zong ik mee. Ook met Cornelis Vreeswijk. Die leefde als een Bohemien, een troubadour, zijn teksten en melodieën raakten mijn hart. Nog steeds kan ik er met plezier naar luisteren en meezingen: Veronica, Veronica, vergeef hem alles maar, val zuchtend in z’n armen, maak los je lange haar.

Musical Hair was een belevenis. Haren lang en los.  “Die rare hippies!” We zongen mee: Let the Sunshine, the Sunshine in…

Voor veel ouders was het toen nog steeds ‘net na de oorlog.’ De handen uit de mouwen! Zij zorgden ervoor dat voor generaties na hen de bomen tot in de hemel en nog verder groeiden en met vrienden discussieerde ik over God en geld, over macht en over vrijheid en vrede. We gingen naar ‘de soos’ dansten daar tot diep in de nacht. Soms op blote voeten. Zwierige lange rokken dansten mee. Linten in de haren. Broeken met wijde pijpen. Of met heel korte! Frivole bloemenjurken, kanten bloesjes, studentenslippers, Marokkaanse tassen, lange kleurige zijden sjaals, kralenkettingen en we dronken sherry, rookten Peter Stuyvesant en soms dunne sigaartjes. We experimenteerden, rookten een stickie, nee, niet in vrijheid. Stiekem. Onze ouders mochten er beslist niets van weten.  Vriendin had na twee halen pret voor tien, giechelde: “Je moet je eraan overgeven.” Bij mij gebeurde niets, dus daar was ik snel klaar mee.

Zorgeloos, dat was het credo. We zongen, maakten muziek, liepen langs het strand en droomden onze dromen. We reden op een Puch of een Sparta, gingen naar de stad en struinden door warenhuizen. Ik werd mij er bewust van, dat je je met kleding kon onderscheiden of erbij kon horen en zeurde om die kaki spijkerbroek met super wijde pijpen.  Die kreeg ik niet van mijn ouders, die moest ik zelf maar verdienen. Zo’n broek vonden ze niets voor ‘ons soort mensen,’ en zeker niet voor meisjes. Jurken met rozen wel.

Wat lijkt het kort geleden, mijn rozenjurk.

Nichtje loopt in de hare de trap op. Blonde lokken, lang en los. Ik hoor haar zingen. Let de Sunshine, the Sunshine in…

Met plezier geschreven voor Magazine Stads, Hoogenbom Nijmegen. Liefde voor Mode en hart voor de regio.

Share Button

Lang leve de muziek!

Leven is Lef

“Ik in de rubriek Leven is Lef? En dan ook nog met een foto?” Ze twijfelt. “Ja? Vind je dat? Dat mijn verhaal inspirerend kan zijn voor andere senioren?”

Wilhelmien Coenders uit Overasselt lacht een beetje verlegen. Ze is bescheiden, zoekt de aandacht niet. Ze is op weg naar 73 jaar, fit en energiek. Ze doet de dingen op haar manier, is een doorzetter en vindt wat ze doet niet zo bijzonder. Maar dat is het wel!

We ontmoeten elkaar eind augustus in haar huis in Overasselt. De koffie staat al klaar. Weerberichten beloven temperaturen van meer dan 25 graden. Tuindeuren staan open. Appelboom laat trots vele appels zien. “Daar maak ik appelmoes van en ik geef appels weg, want zoveel krijgen mijn man en ik niet opgegeten.” Wilhelmien ‘doet de tuin.’  Tuinieren is haar hobby. Dat kan je zien!  “Van in de tuin werken kan ik zo genieten.”

Van alles wat ze doet, geniet Wilhelmien. Ze houdt van stijldansen. “En we fietsen en wandelen graag. Daar blijf je fit van!” En ze handwerkt en zit op schilderles. Daarnaast is zij penningmeester en vicevoorzitter bij de Overasseltse Vrouwenorganisatie.  Maar dat is allemaal de reden niet, dat ik haar bezoek. Dat is de piano…

Op haar 72ste is Wilhelmien op pianoles gegaan. En heeft ze een piano gekocht.

“Kleindochter Laura en dochter Monique zijn mijn inspiratie. Zij volgden al langer pianoles. Ik hoorde ze samen spelen, dat vond ik zo mooi. Langzaam maar zeker begon het bij mij te kriebelen, steeds vaker dacht ik: ‘Dat wil ik ook!’ Ik heb nu een jaar les.”

Wilhelmien kon geen noot lezen. “Maar dat kan ik nu wel!” Ze lacht vrolijk: “Nooit te oud om te leren. Ik speel en oefen iedere dag! En het is zó leuk om samen met Laura en Monique te spelen. Afgelopen juli hebben we meegedaan aan de muziekuitvoering van onze muziekschool Fladder uit Nederasselt. Dát vónd ik spánnend! En heel bijzonder dat ik dat met mijn dochter en kleindochter kon doen.” Trots laat ze het muziekprogramma zien en foto’s en filmpjes op haar telefoon. “Ik heb een goede band met mijn dochter en kleindochter, maar dat we met drie generaties samen muziek maken… Dat vind ik zo gezellig, dat geeft iets extra’s. Daar word ik blij van. En vrolijk.”

Leven is lef verschijnt in opdracht van Malderburch Welzijn Ouderen, gemeente Heumen. Vragen over tijdsbesteding? Bel naar 024 – 357 05 70.

Share Button

Pastor Jos van Rooij uit Groesbeek neemt afscheid op zondag 24 september

“Het gaat natuurlijk allemaal door, maar wat zal het voor mij anders zijn zonder Jos,” zegt koster Rikie Straatman. “Heel regelmatig spraken we elkaar, deelden lief en leed en besprak Jos met mij en met de andere vrijwilligers de zaken rondom de diensten en activiteiten in en rondom de kerk.”

Na een 27-jarig dienstverband als pastor in de katholieke kerk in Groesbeek neemt pastor Jos van Rooij (70 jaar) afscheid. Dat doet hij op zondag 24 september met een feestelijke mis in de Cosmas en Damianuskerk in Groesbeek. Naar aanleiding van dit afscheid sprak ik met hem (en met koster Rikie Straatman) en legde hem ook een aantal kernwoorden voor. Daarop gaf hij een spontane reactie. 

“Kom maar naar de kerk in het dorp,” zegt hij als ik bel om de afspraak voor dit gesprek te maken. “We drinken om 10.00 uur koffie in de sacristie.” Koster Rikie, secretaresse Diny en alle vrijwilligers in de Cosmas en Damianus weten dat en slaan niet graag over. Rikie vindt het leuk om bij het gesprek aanwezig te zijn en zegt na afloop: “Jos en ik hebben in die 27 jaar veel met elkaar gedeeld, maar toch hoorde ik nieuwe inzichten en verhalen.” En als er door een vrijwilliger gevraagd wordt om de aanwezigheid van Jos in de kerk, en we samen zijn, zegt ze: “Jos is een fijne pastor én een fijn mens! In al die jaren is er tussen ons geen onvertogen woord gevallen. Hij geeft ruimte, toont respect voor wie je bent, wat je doet en gelooft. Ik ga hem hier missen, dat weet ik zeker!”

Pastor Jos van Rooij: “Geloven gaat ergens over!”

Wie kent hem niet in Groesbeek? Warme sonore stem en vriendelijke lach. Betrokken bij kerk en maatschappij. Ik spreek hem op maandagmorgen 31 juli. Het is zijn laatste officiële werkdag. ’s Middags is hij nog de voorganger bij een begrafenisdienst in de Cosmas en Damianus.

“En dan?”

“Vakantie.”

“En daarna?”

“Na mijn vakantie houd ik een sabbatical van drie maanden. Daarna laat ik mij verrassen door wat er op mijn pad komt.”

Uw stem, zo rustig en duidelijk, die had u altijd al?

Ja, die had hij altijd al. Die bleef na de baard in z’n keel. 

 

Geloof en religie hebben u altijd geboeid? “Ja, altijd. Ik wist al vroeg dat ik priester wilde worden. Als kind speelde ik ‘misje.’ Ik was dan priester, een zus misdienaar. Vol devotie en met bezielend vuur, gehuld in de tafelsprei, leidde ik de mis. Ik ben opgegroeid in Brabant in een warm gezin op de boerderij. Wij waren thuis met 12 kinderen, er was altijd wel een misdienaar voorhanden.

Het leven en werk op de boerderij vond ik fantastisch en mijn vader was mijn beste vriend. Een zorgvolle man. Hij heeft mij altijd gesteund, ook in mijn zoektocht naar geloof en religie. Mijn moeder ook! Zij stuurde mij in de jaren dat ik op het seminarie was, iedere week een lange (handgeschreven) brief met bemoedigende woorden en over de gebeurtenissen thuis.” Lachend: “Ja, volgens mij was ik de vroomste in ons gezin. Tijdens mijn studie op het grootseminarie in het Brabantse Haaren, werd ik mij er bewust van dat ik niet celibatair wilde leven. Ik was niet de enige! Met onze klas zijn we naar Monseigneur Bluyssen gegaan, hij was toen bisschop in Den Bosch. Wij kregen de gelegenheid om onze dilemma’s met hem te bespreken.  Hij begreep ons.  Dat was voor toentertijd heel wat! De laatste vijf jaar van mijn studie theologie deed ik op de Radboud universiteit in Nijmegen. Daar heb ik genoten! Van de studie en van het studentenleven. Ik woonde in een studentenhuis. Iedere avond na de studie bij studievrienden op de kamer napraten met een biertje of nog even in de stad samen een biertje drinken.”

“Iedere dag Jos?” vraagt Rikie licht verschrikt. Jos breed glimlachend: “Ja hoor, we sloegen zelden over. We waren vrolijke jongelui vol idealen.  Maar de taal die sommigen van mijn studiegenoten gebruikten…”

Wat dan?

Hij vertelt erover. We lachen erom. “Als mijn ouders dat hadden gehoord…”

Groesbeek

“Prachtig dorp met een hartelijke (kerk)gemeenschap. Ik woon en werk er met plezier. De Horst is een fijne plek om te wonen. Door mijn werk en de werkgroep Kerk en Samenleving ken ik veel mensen en ben ik in contact gekomen met veel gezinnen en verschillende disciplines in de Groesbeekse samenleving. Politie, Jeugd en Jongerenwerk, asielzoekers, vluchtelingen, sportclubs, buurtwerk, oecumene, enz.”

Pastor

“Omdat ik het celibaat niet had aanvaard, werd ik pastor en geen pastoor. Ik wist mij gesteund in mijn beslissing om niet celibatair te leven door mijn geestelijk leidsman bisschop Bluyssen en mijn jaargenoten. Er zijn twee sacramenten die een pastor volgens de regels van de kerk niet mag doen. Dat is de biecht afnemen en hosties wijden. Als een diaken of een pastor de mis doet, zijn de hosties gewijd door de pastoor of kapelaan.  Die geconsecreerde (gewijde) hosties worden door hen in de ciborie in het tabernakel geplaatst. Die gebruikt een diaken of pastor in de mis.  Ik vind het heel jammer, dat de Rooms Katholieke kerk nog steeds vasthoudt aan het ongehuwde priesterschap.”

Rituelen

“Geven mij, en veel andere mensen ook, houvast, structuur en vertrouwen. Kinderen bewaren goede herinneringen aan rituelen voor het slapen gaan, een verhaaltje of een versje. Mijn moeder bad elke avond: ‘Dank lieve Heertje, dank lieve vrouwtje, dank alle engeltjes zoet, die mijn kinderen bewaren moet.’ In de katholieke kerk zijn de doop, de communie, het vormsel, de kerkelijke inzegening van een huwelijk en de dienst bij een overlijden belangrijke rituelen. In mijn leven zijn er ook tal van persoonlijke rituelen. Iedere vrijdagavond de preek maken, is voor mij een mooi ritueel, die op zaterdagmorgen nalezen, eventueel aanvullen en dan op zaterdag en zondag preken.  Ik heb ook een zaterdagavondritueel: Met mijn vrouw Els een krimi kijken! Maar ook iedere werkdag om 10.00 uur koffiedrinken met de vrijwilligers in de kerk, is in de loop der jaren een waardevol ritueel geworden.”

Hemel

“Wat is er na de dood?  Daar ben ik mijn hele leven al mee bezig en daar denk ik veel over na. Ik geloof dat de hemel ons via de geestelijke ladder dichter bij God brengt dat ik van daaruit verder groei naar Zijn Heerlijkheid. Zoals je sterft, zo kom je aan in de andere kant. Je hebt daar nog wel wat uit te werken. Het is een zegen als je goed en rustig sterft en in vrijheid naar Het Licht van God kunt gaan. In de hemel mag je komen met al je wanhoop en verdriet. Tijdens mijn studie had ik een periode dat ik dacht: ‘Stel dat het poppenkast is, dat het allemaal door de mensen is bedacht?’ Die gedachte ervaarde ik als een grote schok. Ik wilde beslist mijn geloof niet verliezen. Ik voel mij gezegend dat ik mijn geloof heb behouden.”

Jos, mijn protestantse moeder zou met dit antwoord niet uit de voeten kunnen. Die gelooft dat de hemel het paradijs is, en dat zij na haar dood ‘klaar is’ omdat Jezus haar zonden, zorgen en verdriet op zich heeft genomen. “Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.”

Jos licht toe: “Ik geloof in de geestelijke ladder die je dichter bij God brengt. Het beeld van de ladder is een symbool geworden in de geestelijke literatuur. Aan de ladder is een religieus en een humaan aspect verbonden. Als je de ladder beklimt stijg je op naar God en daar hoort ook bij dat je afdaalt in je eigen ziel, dat wil zeggen, dat je jezelf leert kennen. De relatie met God wordt dus mogelijk door de relatie met jezelf, je naaste en ook door de realiteit om al je gedachten en gevoelens te aanvaarden. Zelfkennis wordt dus een voorwaarde voor een relatie met God.”

God

 “God is mijn vriend. God is het ultieme. God is het onbegrijpelijke. God is liefde. Daar waar mensen in liefde samenzijn is God. Wie de ander liefheeft is een kind van God. Ook al beseft hij/zij dat nog niet. God is mijn inspiratie.”

U praat met God?

“O ja! Ik bid tot Hem en tot de Engelen. Bidden opent de geestelijke ladder. Je kent het verhaal van Samuel, die door zijn  moeder aan de tempel werd toevertrouwd en die op zekere dag geroepen wordt door God?  Vanaf m’n vierde jaar heb ik een Godsbesef. Dát verhaal… Prachtig. Als kind voelde ik mij zeer verbonden met die kleine Samuel, dat is in mijn volwassen leven zo gebleven!  Daar ben ik blij om. Bijzonder als je door God geroepen wordt. Mijn verbondenheid met God is nooit meer overgegaan. Ja, ik zoek vaak Gods steun en nabijheid.”

Jezus

Zijn ogen krijgen extra glans. “Jezus is het!” Met liefde en passie zegt hij: “Jezus is verweven in mijn leven. Hij is De Meester van Het Licht. De grootste liefderijke persoon die de aarde ooit heeft gekend. Jezus laat zien hoe je moet leven. Hij is altijd aanspreekbaar en Hij laat je het wonder zien van de liefde en verdraagzaamheid. Tal van mensen heeft Hij geïnspireerd. Door mensen als Franciscus van Assisi en Titus Brandsma blijft Jezus zijn boodschap doorgeven.”

Maria

Met een lach: “Ik heb mijn eigen Maria, dat is Els! Heel fijn dat zij en ik ons geloof met elkaar kunnen delen en voeden, dat verdiept en versterkt onze relatie. Dat gun ik alle stellen.Voor veel katholieken is Maria, als moeder van Jezus een symbool van troost en bemiddeling en wordt zij aanbeden. Dat respecteer ik, maar ik aanbid haar niet en heb geen lijntje met haar. Wel met God en met Jezus. Maar toch vind ik haar aanwezigheid in onze religie een belangrijke, en geloof ik dat zij ook als symbool dient voor de hemelse ladder. Bijvoorbeeld tijdens een huwelijk, als ik met een bruidspaar naar het Maria-altaar ga, dan ervaar ik soms de geestelijke wereld. Dan voel ik de kracht en aanwezigheid van een overleden persoon. Dat kan Maria zijn, maar het kan ook een overleden familielid van het bruidspaar zijn. Ja, dat voel ik en geloof ik.”

Rikie luistert aandachtig en zegt: “Ik geloof wel in de kracht van Maria. Zij is belangrijk voor mij.”

Oecumene

“Ik vind het een groot goed om religieuze ervaringen te delen, de dialoog aan te gaan en je open te stellen voor andere waarden.”

Vrijwilligers

“Zij zijn de ogen en oren van je gemeenschap, degenen die het geloof verder de gemeenschap in dragen. Het wordt wel steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. De meest gemotiveerde mensen hebben vaak al een volle agenda. Maar het is ook een kwestie van samen een goed klimaat scheppen.  Ik ervaar het zo, dat we eigenlijk in de kerk allemaal vrijwilligers zijn: zonder elkaar kom je nergens. Samen bouw je de gemeenschap op en deel je je geloof.”

Praten we nog eens door over die hemelse ladder?

“Dat wil ik met plezier doen!”

Meer Jos van Rooij:

De autoradio staat op: “NPO 1. Altijd.”

Mooiste Muziek: “Russische orthodoxe a-capellakoren.”

Mooiste boek: “Er zijn er zoveel. Dat laat ik je nog weten.”

Mooiste film:  “Butch Cassidy and the sundance kid. Vooral ‘sundance kid’ sprak mij erg aan.”

Mooiste plekje in Groesbeek: “Bij mij op de Horst, het Holthuuzer paedje en het Renspad, waar ze de Ren zo prachtig nieuw hebben aangelegd.”

Mooiste stad: “Amsterdam! Die stad geeft mij energie. Is met zijn diversiteit aan inwoners en bezoekers toch zo Nederlands met volop positieve jonge mensen en vrijheid.”

Mooiste tv-programma: Hij denkt even na. Zegt dan: “Heb ik niet!”

Mooiste feest: “De 40- en de 50-jarige bruiloft van mijn ouders. Heel bijzonder en feestelijk.”

Het liefst eet ik: “Thuis! Nergens lekkerder! In rust eten dat met alle liefde is bereid. De soep van Els… Die is heerlijk! En haar chocoladepudding… Die maakt ze speciaal voor mij met extra cacao. Die is zó lekker. Die eet ik nergens zo!”

Mooiste vakantieherinnering. “Mijn eerste vakantie met vrienden en vriendinnen, studiegenoten. We legden geld bij elkaar. 1900 gulden. Daarvoor kochten we een busje en reisden daarmee naar Griekenland. We waren met z’n zevenen en we hebben zoveel pret gehad en zoveel gezien en ontdekt. Na de vakantie verkochten we het busje voor 2000 gulden. Onvergetelijk. De goede band die we toen hadden is er nog steeds. Nu zijn vakanties met de kinderen en kleinkinderen mij heel dierbaar.”

Mooiste boek… De andere dag stuurt Jos mij een mail met het antwoord op die vraag.

“Op de vraag; Wat is je  mooiste boek zijn talloze antwoorden mogelijk, van  Solzhenitsyn: ‘Het kankerpaviljoen’ tot  ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van de  Colombiaanse Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez. Ik houd van lezen. Heel bepalend voor mij was het boek van de Amerikaan William James, (1842-1910) met als titel: ‘Over religieuze ervaring’. (The varietys of religious experience). Samen met het boek: ‘The voice of Illness’ – De stem van het ziek-zijn, van Aarne Siirala. (1919-1991). Beide schrijvers hebben me geleerd: Geloven gaat ergens over. Zij hebben me definitief de zin van geloof leren inzien en de motivatie gegeven voor mijn grondidee: geloven is voelen, geloven is ontdekken wie je als mens bent. Geloven is een hele spannende onderneming.

Daar komen de mooie woorden van Monseigneur Bluyssen bij: ‘Bidden is niet zozeer vragen, maar veeleer stil worden, luisteren en wachten … (op innerlijk antwoord)’. Dat sluit goed aan bij de moderne herwaardering van de intuïtie, het opnieuw ontdekken van de voelsprieten van ons hart. Geloven is de ontdekkingsweg van wie je bent als mens.

Al die vragen overvallen en als je daar dan in stilte over nadenkt, komen de antwoorden.”

Dag pastor Jos van Rooij, geniet van uw afscheidsdienst en van de komende tijd. Alle goeds gewenst!

Over het boek The Varieties of regligious experience (Geknipt van Internet):

Wat William James ook tegenwoordig nog, of misschien juist tegenwoordig, nog tot zo’n aansprekende figuur maakt, iemand die we niet los kunnen laten, is zijn aanhoudende pleidooi voor de kracht van de verbeelding in het leven zelf. Wil het leven leefbaar zijn, dan moet de menselijke geest de vrijheid hebben het van binnen uit te vormen alsof het een eigen kunstwerk is, met alle irrationele tegenstrijdigheden van dien. Geloof en bijgeloof, rede en illusie, idealisme en ironie kunnen in zo’n leven naast elkaar bestaan zonder dat het op een mentale burgeroorlog uitdraait. Caleidoscopisch als zo’n leven is, vormt het het beste weermiddel tegen fundamentalisme, of dat nu religieus, politiek of wetenschappelijk is. 

De Amerikaan William James – 1842-1910 -, arts, psycholoog en filosoof, publiceerde verscheidene werken, maar geen ervan bracht hem zo langdurige faam als THE VARIETIES OF RELIGIOUS EXPERIENCE – 1902 -. Deze bundeling van een serie gastcolleges in Engeland – Gifford Lectures – zou een monument blijven van wat toen de ‘godsdienstpsychologie’ ging heten. Volgens James, in de typisch pragmatische, Amerikaanse traditie, moest men godsdienst niet op zijn theoretische bedoelingen en uitgangspunten beoordelen maar op de vruchten. In één zin: Not the roots but the fruits.

In zijn VARIETIES beschrijft James religieuze verschijnselen als bekering, heiligheid, mystiek, gebed maar ook de rol van godsdienst op het gelukkig en ongelukkig zijn van de mens.
William James was de broer van de Britse romanschrijver en essayist Henry James; beiden waren gezegend met een bijzonder schrijf­talent. Menigeen roemt na honderd jaar de VARIETIES, om zijn mooie en heldere beschrijvingen en om het belang dat James in een rationalistische tijd hechtte aan de persoonlijke ervaring in het religieuze.

Zo stelde hij dat een mens zonder religieuze ervaring nooit kan voldoen aan hoge morele eisen als die van liefdadigheid en heldendom. Hierin was hij het tegendeel van Nietzsche die meende dat godsdienst slechts dreef tot passieve gehoorzaamheid en een slavenmentaliteit.
Nog steeds is William James vooral in het Engelse taalgebied in ere, met een Society, een Council, een Association, een tijdschrift, websites, jaarlijkse essaywedstrijden, awards en prijzen.

Share Button