Meer kennismaken met de familie Verstraaten uit Ghana

Door de jaren heen, zag ik ze zo nu en dan in de kerk. De blanke vader, donkere moeder en de vier kinderen in een mooie melkchocoladetint. Een paar jaar geleden had ik een kort praatje met de vader en daardoor wist ik dat ze in Ghana wonen en regelmatig naar Groesbeek komen.

Afgelopen september zag ik ze weer. Wat waren de kinderen groot geworden! En wat luisterde ze aandachtig. Michelle, het grootste meisje maakte aantekeningen in een schrift. Ze zong mee, las mee en tijdens gebeden sloot ze haar ogen. Na de dienst maakten we een praatje en ik zei dat ik haar aandacht in de dienst en dat van haar zusje en broers bijzonder vond. Michelle vertelde dat als je aantekeningen maakt je beter naar de preek luistert en de preek beter onthoudt.“En lees je die aantekeningen dan ook na?” “Nee…, niet altijd. Soms wel.” Ze vertelde ook dat ze thuis onderwijs krijgt van haar moeder. Haar zusje en broertjes ook.

“Wil je daarover vertellen?” Dat wil ze! En zo zaten we op zondag 8 oktober na de kerkdienst, met de hele familie aan tafel en hadden een vrolijk gesprek.

Van rechts naar links: Selma. Johnathan, Mabel, David, Timothy en Michelle. Marijke Bleeker maakte de foto.

“Ik vind jullie wel bijzonder.” Zes lachende gezichten. “Bijzonder?” Moeder Mabel, vrolijk en met blauwe vlechten: “Vind je ons een gekke familie?” “Een beetje…” We lachen erom. “Bijzonder hoe jullie leven en doen. Onderwijs thuis, zelfstudie, kerkdienst thuis, studeren in het buitenland, veel reizen.”

“Voor ons is wat wij doen gewoon.” Er ontspint zich een leuk gesprek, maar misschien doordat we het meest Nederlands spreken voelt Johnathan zich wat buitengesloten? Hij wil actief meedoen! Maar hoe doe je dat als je tien bent, de Nederlandse taal niet helemaal goed verstaat en die amper spreekt?

In het Engels: “Papa, vertel eens van dat ik geadopteerd ben.”

Michelle: “O Johnathan!”

De andere kinderen grinniken. “Dat is niet waar hoor.”

“Vertel eens.” Johnathan lacht een beetje verlegen.

Michelle: “Johnathan dat is een grapje van ons, dat weet je. Je weet dat we je daar alleen maar mee plagen, soms.” Papa lacht. Mama Mabel ook en zegt: “Johnathan laat je oorschelp zien? Kijk naar de mijne! Precies dezelfde, met dat kleine deukje erin.” Ze aait hem over de bol en zegt: “Jij bent echt mijn zoon, ons kind, dat weet je goed. Je doet een beetje gek.” Lachend naar mij; “Zie je wel, een beetje gekke familie.”

Haha, even alle aandacht voor Johnathan! Hij lacht ondeugend.

Mooi gezin

Vader David Verstraaten is geboren en getogen in Groesbeek en is de broer van Andy Verstraaten, de man van Chioma Verstraaten. Over Chioma hebt u in het zomernummer van TOV kunnen lezen.

Moeder Mabel komt uit Ghana.

Dochters: Michelle 15 jaar en Selma 13 jaar.

Zonen: Timothy 11 jaar en Johnathan 10 jaar.

Regelmatig komen ze naar Groesbeek. “Soms twee keer per jaar.” Dan wonen ze in een vakantiewoning en zijn dan ook vaak bij de moeder en andere familie van David. Sommigen van u weten het vast nog? De winkel Pievered in het dorp? Die winkel was van zijn ouders. Ruim 20 jaar geleden kwam David vanuit Groesbeek voor zijn werk in Kameroen terecht. Hij was net afgestudeerd, wilde letterlijk en figuurlijk zijn horizon verbreden en ging een nieuwe toekomst tegemoet als boekhouder in Afrika. Na 2,5 jaar veranderde David van werkgever en kreeg een nieuwe baan in Ghana.

“Papa vertel eens van hoe jij en mama elkaar toen hebben ontmoet?” 

David: “Wij zaten in hetzelfde vliegtuig. Ja, naast elkaar. Ik had een week doorgebracht in Ghana bij mijn nieuwe werkgever om ingewerkt te worden. Na die week was ik op weg terug van Ghana naar Kameroen om mijn werk daar af te ronden. Mabel was op weg van Ghana naar Kenia voor een schoolproject. Na een tijdje ging zij met iemand anders praten. Wég was ze! Maar in Lagos moesten we allebei overstappen, toen zag ik haar weer. Omdat onze vlucht vanuit Ghana vertraagd was, waren onze aansluitende vluchten vertrokken! Daar stonden we. Zo kwamen wij weer met elkaar in gesprek.”

Ook de kinderen vinden het leuk weer te horen hoe hun ouders elkaar ontdekten.

“En toen?”  David Lachend: “Twee dagen duurde het oponthoud in Lagos. En zo is het gekomen.” David en Mabel werden verliefd, wisselden telefoonnummers en adressen uit en nu zit de hele familie hier aan tafel in de kerk! Morgen vertrekken ze, na een maand Nederland, weer naar Ghana.

“Wat wij thuis gaan missen?” Daar zijn het alle kinderen het snel over eens. “Hagelslag!” “Er gaan voorraden mee?” “Nee, want als wij dan weer hier zijn, vinden we dat dan weer extra lekker.”

Michelle spreekt en verstaat goed Nederlands. Dat komt ook omdat de familie drie en een half jaar in Nederland, in Tegelen, heeft gewoond en zij en Selma daar naar school zijn geweest. Haar broertjes kunnen wel Nederlands verstaan, maar niet gemakkelijk spreken. Mabel onderwijst haar kinderen thuis. Enthousiast: “Ja, dat gaat heel goed!” Dat vinden de kinderen ook! Daarnaast studeert zij zelf psychotherapie. Een opleiding van vier jaar. “Zo’n zes keer per jaar ga ik daarvoor twee weken naar Londen. Twee jaar zijn al voorbij! Ja ja, mijn studie gaat ook goed.”

“Wij leren veel van mama. En ook van papa. Ja, dat is leuk. Nee, we hebben geen vaste lestijden.” Mabel bevestigt dat vrolijk: “O nee. Soms zijn de lessen pas in de avond. Dan vertel ik ze bijvoorbeeld over een bat die laag overvliegt. Hoe noem je die ook al weer in het Nederlands? O ja! Een vleermuis! En dan vraag ik of ze de volgende dag een vleermuis willen tekenen en informatie over vleermuizen willen verzamelen. Hoe leven vleermuizen? Wat eten ze? In welke landen komen ze voor?  En als ze dan alle opdrachtjes hebben gedaan, dan praten we daar met elkaar over. Maar als we overdag naar de markt gaan, dan leren we ook! Dan vertel ik ze over de groenten en de vis die we kopen en we rekenen. Ze leren van de dingen van het leven en zoeken veel op via internet. En ze leren ook van elkaar. Alle onderwerpen lopen door elkaar en ieder kind pikt er van op.” Met een stralende lach: “Van alledaagse dingen kan je veel van leren hoor.” Trots: “Michelle slaagde royaal voor Level A, vwo-niveau, Engelse variant. Volgend jaar gaat zij naar de universiteit. Dit jaar is zij ‘vrij’ om haar zusje en broertjes te helpen met hun school en ook om wat andere projecten te doen zoals het schrijven van verhalen.”

Ghana ligt in West-Afrika. Het land heeft een oppervlakte ongeveer gelijk aan 6 x Nederland en het grenst aaBurkina FasoIvoorkust en Togo. Het klimaat is tropisch met een gemiddelde temperatuur van 30 graden Celsius. De kustlijn is 539 kilometer en volgens Wikipedia wonen er in Ghana, telling 2016, 26.908.262 inwoners. Ghana heeft veel natuurlijke rijkdommen: goudaardoliecacaohoutindustriediamant mangaanbauxietvisrubberpalmolie, en waterkracht.

Engels is de officiële taal en daarnaast bestaan er tientallen verschillende inheemse talen. In de directe woonomgeving van de familie Verstraaten worden verschillende stammentalen gesproken die de kinderen niet beheersen. Daarom krijgen zij de lessen thuis en hebben daardoor weinig vriendjes in de buurt. “Maar die hebben we wel hoor! We gaan ieder jaar een week op zomerkamp met kinderen van de kerk. Dat is erg leuk.”

Jullie gaan in Ghana ook naar de kerk? Michelle: “Soms. Als de dienst in het Engels is. Meestal houden wij de kerkdienst thuis. Maar mama gaat soms wel naar de lokale kerk waar stammentaal wordt gesproken. Zij kan dat verstaan. Wij niet. Papa ook niet. Papa luistert soms naar een dienst via Internet en dan houd ik met mijn zusje en broertje een kerkdienst. We zingen, bidden en lezen uit de bijbel en praten daarover.” Michelle laat zich inspireren door het bijbelstudieboek On the way. “Daarin staan ook opdrachtjes die we dan samen doen.” “Je zusje en broertjes doen mee zonder te morren?” “Ja hoor!  Onze viering duurt ongeveer een uur.” “En dat doen jullie iedere zondag?” Dat doen ze!

David: “Van huis uit ben ik katholiek. Door mijn vrouw ben ik het geloof anders gaan beleven. Als we in Groesbeek zijn, vinden we het allemaal leuk om hier de kerkdienst te bezoeken.”

“En hoe vieren jullie kerst?” Ook dat doen ze thuis en dan maken daar ook een studieproject van. “Vorig jaar maakten we een kerst ABC. Bij iedere letter van het alfabet moesten we een woord zoeken dat te maken had met kerst. Bijvoorbeeld, bij de A, het woord Angel. (Engel). En dan moesten wij via internet alles opzoeken over engelen. En zo met alle letters. Ja, dat was leuk. Met kerst geven we elkaar cadeautjes. Dan maken we iets voor elkaar, we haken of knutselen iets en we maken kerstkaarten.”

Vanuit Ghana krijgt u de groeten van de familie Verstraaten en wensen zij u een plezierige kerstfeest en vrolijk Oud en Nieuw. 

Tot ziens in 2018! 

Geschreven voor decembernummer TOV Mirjám, maandblad van de protestantse gemeente Groesbeek

 

Share Button

“Leef ik zoals ik leven wil?” Uniek weekend in Groesbeek voor vrouwen!

Lisette Sillessen, Ida Furer en Laura Poelen. Drie krachtige ondernemende vrouwen, onderneemsters uit Groesbeek, organiseren op 15, 16 en 17 december een PPP-weekend in Groesbeek. PPP staat voor Puur, Passie en Power. Het weekend is bedoeld voor vrouwen vanaf 30 jaar uit alle windstreken die hun passie en power willen delen, die van een stevige wandeling houden, willen onthaasten, ontspannen en sparren. Voor vrouwen die zich afvragen waar sta ik nu, wat zijn mijn waardes en welk doel heb ik voor ogen. Blijven dromen verlangens of ga ik mijn dromen waarmaken? Hoe ga ik dat dan doen en wie of wat heb ik daar voor nodig. Leef ik zoals ik leven wil?

De drie vriendinnen hebben deelnemerservaring met soortgelijke weekends en bewaren daar goede herinneringen aan. Enthousiast vertellen ze: “Die inspireerden ons! Even weg uit de dagelijkse beslommeringen, pas op de plaats, even tijd voor jezelf, verdiepende gesprekken en ervaringen delen geeft zoveel energie, kracht en zin!”

Op de drempel van 2017 terugkijken en vooruit kijken. De plek is fantastisch. Het uitzicht adembenemend. Wandelen met aandacht, mediteren, koken, pret maken en stil zijn. Praten, lachen, luisteren en dan met fris elan weer naar huis.

Het weekend is compleet verzorgd, lekker, luxe, comfortabel en feestelijk! Kleine groep, maximaal 16 personen. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij het geboden programma volgen en van harte meewerken om er voor alle deelnemers een topweekend van te maken. Aanvang vrijdag 15 december 19.00 uur. Einde zondag 17 december 16.00 uur. Meer informatie en aanmelden voor 8 december via www.pppweekend.nl

Of bel: Lisette *(rechts) 06-2275895. Ida: 06 33 43 49 13. (links)  Laura: 0643571252

Share Button

Lokaal Sociaal

Zomer 2017. Telefoon. Theo Kersten uit Gennep belt. Hij is voorzitter van de lokale afdeling PvdA Gennep, Bergen en Mook en Middelaar. Hij valt met de deur in huis. Of ik mij verkiesbaar wil stellen voor de gemeenteraadsverkiezing 2018 in de gemeente Mook en Middelaar. Oeps!

Links en rechts word ik gevraagd voor vrijwilligerswerk, maar deze bus van links had ik niet zien aankomen!

“Hoe komt u erbij om mij te vragen?” Hij vertelt. En ach, niets menselijks is mij vreemd… Als Die en Die je hebben voorgedragen…  Ik ga erover nadenken. Een week later belt hij weer. “Ik weet het nog niet.”

Ondertussen spreek ik met verschillende mensen uit de gemeente Mook en Middelaar die de PvdA en de gemeentepolitiek een warm hart toedragen. En ja, dan krijg je verhalen. Leuke en minder leuke. “Soms gedoe.” Ik besluit, dat ik voor gedoe geen tijd ga vrijmaken. Zeker niet als het uitgangspunt voor iedere partij in principe gelijk is! Want waar moet gemeentepolitiek voor zorgen? Dat inwoners een veilige en plezierige woonomgeving hebben, toch? Dat er kansen en mogelijkheden worden geboden en dat ondernemers kunnen ondernemen.Ga ik het wel doen of niet doen. Ik tel m’n knopen. De een zegt ‘Ja, moet je doen!’ De ander ‘…’ Twijfel.

Maar dan komt Lee Tonnaer…

Op de fiets.

Hij is fractievoorzitter van de club in Mook en Middelaar.

We zitten aan mijn keukentafel.

Hij straalt. Vertelt. Is enthousiast. Vrolijk.

Is PvdA’er in hart en nieren. Ik niet en dat vertel ik hem. En ook dat de landelijke PvdA partijpolitiek en geklungel in de afgelopen jaren nou niet altijd iets is om trots op te zijn. “Dat is toch geen reden om lokaal niet mee te doen; PvdA Mook en Middelaar is Lokaal Sociaal en democratisch. Daar richten wij ons op. Samen sterker. We hebben een stevig programma. Luisteren goed naar onze leden. En niet alleen naar leden. Wij maken ons sterkt voor alle inwoners van Mook en Middelaar. Doe je mee?”

Hij vertelt ook dat de sfeer bij het PvdA-team in Mook en Middelaar altijd prettig is.

Zeg tegen zoveel lokale ‘recht uit het hart’ en enthousiasme maar eens nee…

Langzaam ga ik overstag.

Mijn plek op de lijst geeft mij géén kans op een plaats in de raad en dat is helemaal oké. Wel laat die plek zien dat ik vanuit een andere positie wil meehelpen om ‘PvdA Lokaal Sociaal’ in de gemeente Mook en Middelaar breder op de kaart te zetten.  Daar heb ik met plezier ‘ja’ tegen gezegd.

21 maart 2018 zijn de verkiezingen. “We” gaan voor drie zetels. Een uitdaging! Wil jij ook meedoen om PvdA Mook en Middelaar nog krachtiger en nog meer Lokaal Sociaal te maken? Je bent van harte welkom!

Share Button

Pastor Jos van Rooij uit Groesbeek neemt afscheid op zondag 24 september

“Het gaat natuurlijk allemaal door, maar wat zal het voor mij anders zijn zonder Jos,” zegt koster Rikie Straatman. “Heel regelmatig spraken we elkaar, deelden lief en leed en besprak Jos met mij en met de andere vrijwilligers de zaken rondom de diensten en activiteiten in en rondom de kerk.”

Na een 27-jarig dienstverband als pastor in de katholieke kerk in Groesbeek neemt pastor Jos van Rooij (70 jaar) afscheid. Dat doet hij op zondag 24 september met een feestelijke mis in de Cosmas en Damianuskerk in Groesbeek. Naar aanleiding van dit afscheid sprak ik met hem (en met koster Rikie Straatman) en legde hem ook een aantal kernwoorden voor. Daarop gaf hij een spontane reactie. 

“Kom maar naar de kerk in het dorp,” zegt hij als ik bel om de afspraak voor dit gesprek te maken. “We drinken om 10.00 uur koffie in de sacristie.” Koster Rikie, secretaresse Diny en alle vrijwilligers in de Cosmas en Damianus weten dat en slaan niet graag over. Rikie vindt het leuk om bij het gesprek aanwezig te zijn en zegt na afloop: “Jos en ik hebben in die 27 jaar veel met elkaar gedeeld, maar toch hoorde ik nieuwe inzichten en verhalen.” En als er door een vrijwilliger gevraagd wordt om de aanwezigheid van Jos in de kerk, en we samen zijn, zegt ze: “Jos is een fijne pastor én een fijn mens! In al die jaren is er tussen ons geen onvertogen woord gevallen. Hij geeft ruimte, toont respect voor wie je bent, wat je doet en gelooft. Ik ga hem hier missen, dat weet ik zeker!”

Pastor Jos van Rooij: “Geloven gaat ergens over!”

Wie kent hem niet in Groesbeek? Warme sonore stem en vriendelijke lach. Betrokken bij kerk en maatschappij. Ik spreek hem op maandagmorgen 31 juli. Het is zijn laatste officiële werkdag. ’s Middags is hij nog de voorganger bij een begrafenisdienst in de Cosmas en Damianus.

“En dan?”

“Vakantie.”

“En daarna?”

“Na mijn vakantie houd ik een sabbatical van drie maanden. Daarna laat ik mij verrassen door wat er op mijn pad komt.”

Uw stem, zo rustig en duidelijk, die had u altijd al?

Ja, die had hij altijd al. Die bleef na de baard in z’n keel. 

 

Geloof en religie hebben u altijd geboeid? “Ja, altijd. Ik wist al vroeg dat ik priester wilde worden. Als kind speelde ik ‘misje.’ Ik was dan priester, een zus misdienaar. Vol devotie en met bezielend vuur, gehuld in de tafelsprei, leidde ik de mis. Ik ben opgegroeid in Brabant in een warm gezin op de boerderij. Wij waren thuis met 12 kinderen, er was altijd wel een misdienaar voorhanden.

Het leven en werk op de boerderij vond ik fantastisch en mijn vader was mijn beste vriend. Een zorgvolle man. Hij heeft mij altijd gesteund, ook in mijn zoektocht naar geloof en religie. Mijn moeder ook! Zij stuurde mij in de jaren dat ik op het seminarie was, iedere week een lange (handgeschreven) brief met bemoedigende woorden en over de gebeurtenissen thuis.” Lachend: “Ja, volgens mij was ik de vroomste in ons gezin. Tijdens mijn studie op het grootseminarie in het Brabantse Haaren, werd ik mij er bewust van dat ik niet celibatair wilde leven. Ik was niet de enige! Met onze klas zijn we naar Monseigneur Bluyssen gegaan, hij was toen bisschop in Den Bosch. Wij kregen de gelegenheid om onze dilemma’s met hem te bespreken.  Hij begreep ons.  Dat was voor toentertijd heel wat! De laatste vijf jaar van mijn studie theologie deed ik op de Radboud universiteit in Nijmegen. Daar heb ik genoten! Van de studie en van het studentenleven. Ik woonde in een studentenhuis. Iedere avond na de studie bij studievrienden op de kamer napraten met een biertje of nog even in de stad samen een biertje drinken.”

“Iedere dag Jos?” vraagt Rikie licht verschrikt. Jos breed glimlachend: “Ja hoor, we sloegen zelden over. We waren vrolijke jongelui vol idealen.  Maar de taal die sommigen van mijn studiegenoten gebruikten…”

Wat dan?

Hij vertelt erover. We lachen erom. “Als mijn ouders dat hadden gehoord…”

Groesbeek

“Prachtig dorp met een hartelijke (kerk)gemeenschap. Ik woon en werk er met plezier. De Horst is een fijne plek om te wonen. Door mijn werk en de werkgroep Kerk en Samenleving ken ik veel mensen en ben ik in contact gekomen met veel gezinnen en verschillende disciplines in de Groesbeekse samenleving. Politie, Jeugd en Jongerenwerk, asielzoekers, vluchtelingen, sportclubs, buurtwerk, oecumene, enz.”

Pastor

“Omdat ik het celibaat niet had aanvaard, werd ik pastor en geen pastoor. Ik wist mij gesteund in mijn beslissing om niet celibatair te leven door mijn geestelijk leidsman bisschop Bluyssen en mijn jaargenoten. Er zijn twee sacramenten die een pastor volgens de regels van de kerk niet mag doen. Dat is de biecht afnemen en hosties wijden. Als een diaken of een pastor de mis doet, zijn de hosties gewijd door de pastoor of kapelaan.  Die geconsecreerde (gewijde) hosties worden door hen in de ciborie in het tabernakel geplaatst. Die gebruikt een diaken of pastor in de mis.  Ik vind het heel jammer, dat de Rooms Katholieke kerk nog steeds vasthoudt aan het ongehuwde priesterschap.”

Rituelen

“Geven mij, en veel andere mensen ook, houvast, structuur en vertrouwen. Kinderen bewaren goede herinneringen aan rituelen voor het slapen gaan, een verhaaltje of een versje. Mijn moeder bad elke avond: ‘Dank lieve Heertje, dank lieve vrouwtje, dank alle engeltjes zoet, die mijn kinderen bewaren moet.’ In de katholieke kerk zijn de doop, de communie, het vormsel, de kerkelijke inzegening van een huwelijk en de dienst bij een overlijden belangrijke rituelen. In mijn leven zijn er ook tal van persoonlijke rituelen. Iedere vrijdagavond de preek maken, is voor mij een mooi ritueel, die op zaterdagmorgen nalezen, eventueel aanvullen en dan op zaterdag en zondag preken.  Ik heb ook een zaterdagavondritueel: Met mijn vrouw Els een krimi kijken! Maar ook iedere werkdag om 10.00 uur koffiedrinken met de vrijwilligers in de kerk, is in de loop der jaren een waardevol ritueel geworden.”

Hemel

“Wat is er na de dood?  Daar ben ik mijn hele leven al mee bezig en daar denk ik veel over na. Ik geloof dat de hemel ons via de geestelijke ladder dichter bij God brengt dat ik van daaruit verder groei naar Zijn Heerlijkheid. Zoals je sterft, zo kom je aan in de andere kant. Je hebt daar nog wel wat uit te werken. Het is een zegen als je goed en rustig sterft en in vrijheid naar Het Licht van God kunt gaan. In de hemel mag je komen met al je wanhoop en verdriet. Tijdens mijn studie had ik een periode dat ik dacht: ‘Stel dat het poppenkast is, dat het allemaal door de mensen is bedacht?’ Die gedachte ervaarde ik als een grote schok. Ik wilde beslist mijn geloof niet verliezen. Ik voel mij gezegend dat ik mijn geloof heb behouden.”

Jos, mijn protestantse moeder zou met dit antwoord niet uit de voeten kunnen. Die gelooft dat de hemel het paradijs is, en dat zij na haar dood ‘klaar is’ omdat Jezus haar zonden, zorgen en verdriet op zich heeft genomen. “Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.”

Jos licht toe: “Ik geloof in de geestelijke ladder die je dichter bij God brengt. Het beeld van de ladder is een symbool geworden in de geestelijke literatuur. Aan de ladder is een religieus en een humaan aspect verbonden. Als je de ladder beklimt stijg je op naar God en daar hoort ook bij dat je afdaalt in je eigen ziel, dat wil zeggen, dat je jezelf leert kennen. De relatie met God wordt dus mogelijk door de relatie met jezelf, je naaste en ook door de realiteit om al je gedachten en gevoelens te aanvaarden. Zelfkennis wordt dus een voorwaarde voor een relatie met God.”

God

 “God is mijn vriend. God is het ultieme. God is het onbegrijpelijke. God is liefde. Daar waar mensen in liefde samenzijn is God. Wie de ander liefheeft is een kind van God. Ook al beseft hij/zij dat nog niet. God is mijn inspiratie.”

U praat met God?

“O ja! Ik bid tot Hem en tot de Engelen. Bidden opent de geestelijke ladder. Je kent het verhaal van Samuel, die door zijn  moeder aan de tempel werd toevertrouwd en die op zekere dag geroepen wordt door God?  Vanaf m’n vierde jaar heb ik een Godsbesef. Dát verhaal… Prachtig. Als kind voelde ik mij zeer verbonden met die kleine Samuel, dat is in mijn volwassen leven zo gebleven!  Daar ben ik blij om. Bijzonder als je door God geroepen wordt. Mijn verbondenheid met God is nooit meer overgegaan. Ja, ik zoek vaak Gods steun en nabijheid.”

Jezus

Zijn ogen krijgen extra glans. “Jezus is het!” Met liefde en passie zegt hij: “Jezus is verweven in mijn leven. Hij is De Meester van Het Licht. De grootste liefderijke persoon die de aarde ooit heeft gekend. Jezus laat zien hoe je moet leven. Hij is altijd aanspreekbaar en Hij laat je het wonder zien van de liefde en verdraagzaamheid. Tal van mensen heeft Hij geïnspireerd. Door mensen als Franciscus van Assisi en Titus Brandsma blijft Jezus zijn boodschap doorgeven.”

Maria

Met een lach: “Ik heb mijn eigen Maria, dat is Els! Heel fijn dat zij en ik ons geloof met elkaar kunnen delen en voeden, dat verdiept en versterkt onze relatie. Dat gun ik alle stellen.Voor veel katholieken is Maria, als moeder van Jezus een symbool van troost en bemiddeling en wordt zij aanbeden. Dat respecteer ik, maar ik aanbid haar niet en heb geen lijntje met haar. Wel met God en met Jezus. Maar toch vind ik haar aanwezigheid in onze religie een belangrijke, en geloof ik dat zij ook als symbool dient voor de hemelse ladder. Bijvoorbeeld tijdens een huwelijk, als ik met een bruidspaar naar het Maria-altaar ga, dan ervaar ik soms de geestelijke wereld. Dan voel ik de kracht en aanwezigheid van een overleden persoon. Dat kan Maria zijn, maar het kan ook een overleden familielid van het bruidspaar zijn. Ja, dat voel ik en geloof ik.”

Rikie luistert aandachtig en zegt: “Ik geloof wel in de kracht van Maria. Zij is belangrijk voor mij.”

Oecumene

“Ik vind het een groot goed om religieuze ervaringen te delen, de dialoog aan te gaan en je open te stellen voor andere waarden.”

Vrijwilligers

“Zij zijn de ogen en oren van je gemeenschap, degenen die het geloof verder de gemeenschap in dragen. Het wordt wel steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. De meest gemotiveerde mensen hebben vaak al een volle agenda. Maar het is ook een kwestie van samen een goed klimaat scheppen.  Ik ervaar het zo, dat we eigenlijk in de kerk allemaal vrijwilligers zijn: zonder elkaar kom je nergens. Samen bouw je de gemeenschap op en deel je je geloof.”

Praten we nog eens door over die hemelse ladder?

“Dat wil ik met plezier doen!”

Meer Jos van Rooij:

De autoradio staat op: “NPO 1. Altijd.”

Mooiste Muziek: “Russische orthodoxe a-capellakoren.”

Mooiste boek: “Er zijn er zoveel. Dat laat ik je nog weten.”

Mooiste film:  “Butch Cassidy and the sundance kid. Vooral ‘sundance kid’ sprak mij erg aan.”

Mooiste plekje in Groesbeek: “Bij mij op de Horst, het Holthuuzer paedje en het Renspad, waar ze de Ren zo prachtig nieuw hebben aangelegd.”

Mooiste stad: “Amsterdam! Die stad geeft mij energie. Is met zijn diversiteit aan inwoners en bezoekers toch zo Nederlands met volop positieve jonge mensen en vrijheid.”

Mooiste tv-programma: Hij denkt even na. Zegt dan: “Heb ik niet!”

Mooiste feest: “De 40- en de 50-jarige bruiloft van mijn ouders. Heel bijzonder en feestelijk.”

Het liefst eet ik: “Thuis! Nergens lekkerder! In rust eten dat met alle liefde is bereid. De soep van Els… Die is heerlijk! En haar chocoladepudding… Die maakt ze speciaal voor mij met extra cacao. Die is zó lekker. Die eet ik nergens zo!”

Mooiste vakantieherinnering. “Mijn eerste vakantie met vrienden en vriendinnen, studiegenoten. We legden geld bij elkaar. 1900 gulden. Daarvoor kochten we een busje en reisden daarmee naar Griekenland. We waren met z’n zevenen en we hebben zoveel pret gehad en zoveel gezien en ontdekt. Na de vakantie verkochten we het busje voor 2000 gulden. Onvergetelijk. De goede band die we toen hadden is er nog steeds. Nu zijn vakanties met de kinderen en kleinkinderen mij heel dierbaar.”

Mooiste boek… De andere dag stuurt Jos mij een mail met het antwoord op die vraag.

“Op de vraag; Wat is je  mooiste boek zijn talloze antwoorden mogelijk, van  Solzhenitsyn: ‘Het kankerpaviljoen’ tot  ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van de  Colombiaanse Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez. Ik houd van lezen. Heel bepalend voor mij was het boek van de Amerikaan William James, (1842-1910) met als titel: ‘Over religieuze ervaring’. (The varietys of religious experience). Samen met het boek: ‘The voice of Illness’ – De stem van het ziek-zijn, van Aarne Siirala. (1919-1991). Beide schrijvers hebben me geleerd: Geloven gaat ergens over. Zij hebben me definitief de zin van geloof leren inzien en de motivatie gegeven voor mijn grondidee: geloven is voelen, geloven is ontdekken wie je als mens bent. Geloven is een hele spannende onderneming.

Daar komen de mooie woorden van Monseigneur Bluyssen bij: ‘Bidden is niet zozeer vragen, maar veeleer stil worden, luisteren en wachten … (op innerlijk antwoord)’. Dat sluit goed aan bij de moderne herwaardering van de intuïtie, het opnieuw ontdekken van de voelsprieten van ons hart. Geloven is de ontdekkingsweg van wie je bent als mens.

Al die vragen overvallen en als je daar dan in stilte over nadenkt, komen de antwoorden.”

Dag pastor Jos van Rooij, geniet van uw afscheidsdienst en van de komende tijd. Alle goeds gewenst!

Over het boek The Varieties of regligious experience (Geknipt van Internet):

Wat William James ook tegenwoordig nog, of misschien juist tegenwoordig, nog tot zo’n aansprekende figuur maakt, iemand die we niet los kunnen laten, is zijn aanhoudende pleidooi voor de kracht van de verbeelding in het leven zelf. Wil het leven leefbaar zijn, dan moet de menselijke geest de vrijheid hebben het van binnen uit te vormen alsof het een eigen kunstwerk is, met alle irrationele tegenstrijdigheden van dien. Geloof en bijgeloof, rede en illusie, idealisme en ironie kunnen in zo’n leven naast elkaar bestaan zonder dat het op een mentale burgeroorlog uitdraait. Caleidoscopisch als zo’n leven is, vormt het het beste weermiddel tegen fundamentalisme, of dat nu religieus, politiek of wetenschappelijk is. 

De Amerikaan William James – 1842-1910 -, arts, psycholoog en filosoof, publiceerde verscheidene werken, maar geen ervan bracht hem zo langdurige faam als THE VARIETIES OF RELIGIOUS EXPERIENCE – 1902 -. Deze bundeling van een serie gastcolleges in Engeland – Gifford Lectures – zou een monument blijven van wat toen de ‘godsdienstpsychologie’ ging heten. Volgens James, in de typisch pragmatische, Amerikaanse traditie, moest men godsdienst niet op zijn theoretische bedoelingen en uitgangspunten beoordelen maar op de vruchten. In één zin: Not the roots but the fruits.

In zijn VARIETIES beschrijft James religieuze verschijnselen als bekering, heiligheid, mystiek, gebed maar ook de rol van godsdienst op het gelukkig en ongelukkig zijn van de mens.
William James was de broer van de Britse romanschrijver en essayist Henry James; beiden waren gezegend met een bijzonder schrijf­talent. Menigeen roemt na honderd jaar de VARIETIES, om zijn mooie en heldere beschrijvingen en om het belang dat James in een rationalistische tijd hechtte aan de persoonlijke ervaring in het religieuze.

Zo stelde hij dat een mens zonder religieuze ervaring nooit kan voldoen aan hoge morele eisen als die van liefdadigheid en heldendom. Hierin was hij het tegendeel van Nietzsche die meende dat godsdienst slechts dreef tot passieve gehoorzaamheid en een slavenmentaliteit.
Nog steeds is William James vooral in het Engelse taalgebied in ere, met een Society, een Council, een Association, een tijdschrift, websites, jaarlijkse essaywedstrijden, awards en prijzen.

Share Button

Patrick van Putten van COOP DE BATS GROESBEEK- SPONSOR IN DE SPOT

“In drie woorden mijzelf omschrijven?” Denkt even na. Lacht wat. “Humoristisch, goedgemutst en relativerend. Het leven is zoals het is. Maak je niet druk om de verkeerde dingen. Morgen kan het allemaal anders zijn.” 

Gemakkelijk voor de deur parkeren. Twee leuke jongetjes komen naar mij toe. “Mevrouw, spaart u de voetbalplaatjes?” Patrick van Putten de vestigingsleider van COOP de Bats komt me al tegemoet. “Kom verder. Leuk, dat we aandacht krijgen in Schup Is. Wat wil je drinken? Ja, de voetbalplaatjesactie met Treffers loopt al. Vandaar die kinderen voor de deur. Mooi om te zien hoe enthousiast ze zijn. Dat loopt door tot 2018, dan zijn jullie weer aan de beurt.”

Zijn kantoor is boven. Maar het liefst is hij beneden, samen aan het werk met de medewerkers de handen uit de mouwen steken, hen ondersteunen en er samen voor zorgen dat klanten prettig winkelen in zijn zaak. ”Of ik een aardige werkgever ben? Ja, volgens mij wel, maar er moet wel goed gewerkt worden en er moet aandacht zijn voor de klanten, dat vind ik belangrijk.”

Van vakkenvuller naar vestigingsleider

Tijdens de middelbare school is hij begonnen bij COOP, voorheen Groenenwoud Groesbeek, met vakken vullen. “We hadden altijd lol. Langzaam maar zeker kreeg ik er steeds meer andere taken bij. Dat vond ik leuk. Jan Willems, de huidige vestigingsleider van COOP Pannenstraat heeft mij nog vakkenvullen geleerd. Ook tijdens mijn studie Toerisme en Recreatie aan de HAN werkte ik daar. Na die studie ging ik naar de universiteit om Vrijetijdswetenschappen te studeren. In het eerste jaar van die studie kreeg ik van COOP een leuke aanbieding. Daar heb ik ja opgezegd.” Patrick stopte met zijn studie en ging in vaste dienst bij COOP met het vooruitzicht dat hij vestigingsleider zou worden. “Het ondernemerschap is mij overkomen en het bevalt mij goed!”

Afgelopen 13 maart jl. vierde COOP de BATS met Patrick aan het roer het éénjarig bestaan.

Het is wel een uitdaging om als achtste supermarkt in Groesbeek aan de gang te gaan?

Lachend: “ Ja, dat is het! Maar dat kan in Groesbeek. We hebben hier ook zes voetbalclubs! We kunnen terugkijken op een goed jaar. Maar het mag natuurlijk altijd beter. Dit is een prettige wijk, aardige bewoners en leuke klanten. We hebben leuke acties voor klanten. En door de sportplaatjesactie krijgen we ook klandizie vanuit heel Groesbeek. Het beleid van COOP is er onder andere op gericht om het verenigingsleven te ondersteunen. Daar werken Jan, met zijn vestiging in de Pannenstraat, en ik graag aan mee. Samen maken we het verschil. Niemand komt bij ons voor een gesloten deur. Soms zijn het kleine dingen waar je mensen een groot plezier mee doet. Verenigingsleven is belangrijk voor Groesbeek en zeker sport. Bewegen moet en sport verbindt. Zelf heb ik als kind graag gevoetbald.” Tot zijn 18de heeft hij met plezier bij Rood Wit gespeeld. “Ik kon naar het eerste, maar 3 x in de week trainen, dat was niet mijn hobby. Toen ben ik met voetballen gestopt. Wat ik nu voor sport doe? Met mooi weer een paar keer in de week een rondje skeeleren, zo’n zes kilometer en hier in de zaak maak ik per dag nogal wat kilometers.”

Meer Patrick: 

46 jaar. Geboren en getogen op de Breedeweg.

Met plezier opgegroeid in de Abeelstraat. Hij zat op de lagere school in de klas bij de Boysleden Richard Janssen, Bernard van de Horst, Michiel Rutten en Jeffroy Aalbers en bewaard daar goede herinneringen aan. Zijn vader, Puck van Putten, was van 1970 tot 1975 hoofd van de school op de Breedeweg en werd daarna docent op de middelbare school in Groesbeek. Patrick is gescheiden van de moeder van zijn twee kinderen en woont samen met vriendin Anouk in de Breitnerstraat in De Drul. Zoon Mart is 15 en dochter Lot is 13 jaar en die voetballen bij Treffers.

Ben je een leuke vader?

“Ik vind van wel. En ik denk dat Mart en Lot dat ook vinden. Dat weet ik eigenlijk wel zeker. Ik ben nogal relaxt, laat ze lekker vrij. Hun moeder is meer van de regels, dat is prima, dat houdt de balans in evenwicht. We hebben co-ouderschap en we wonen dicht bij elkaar, dat is fijn voor de kinderen. Mart gaat al uit in de Linde. Ik vertrouw erop dat ze met de normen en waarden die wij ze hebben bijgebracht en nog steeds bijbrengen, niet in zeven sloten tegelijk lopen.” 

Bijzondere herinneringen?

“Het overlijden van mijn vader. Ongeloof en schrik. Hartstilstand. In de tent tijdens het Schlagerfestival in 2004. Ja, dat is heftig. Hij was pas 62 jaar. Gelukkig gaat het goed met mijn moeder, zij woont nog steeds in de Abeelstraat, zij is 76 jaar ondertussen en fit. Ze rijdt zo naar m’n broer in Tilburg, die is daar huisarts. Mijn zus werkt op de universiteit in Nijmegen, op sociologie.” Lachend: “Wat studeren betreft was ik anders. Ik ben meer een mens van de praktijk.”

“Gambia. Om daar naar toe te gaan heb ik voor een jaar mijn baan bij COOP opgezegd. Met mijn toenmalige vriendin heb ik daar (in 1997) een jaar gewoond. Heerlijk! Lekker warm en een prachtig strand. Ik werkte als reisleider voor toeristen. Ja, veel armoede, maar ondanks dat, veel vrolijke, vriendelijke mensen en veel rijst eten.”

Wat eet je het liefst?

“Iets met rijst dus. Als we uiteten gaan dan ga ik graag naar Oriënt Plaza en dan Japans eten. Lekker en gezellig rond de plaat.”

Drinkt graag: “Een biertje. Nee, de actie 40 dagen zonder alcohol is op mij niet van toepassing.  Ik drink met mate en door de week drink ik niet, Anouk ook niet.”

Mooiste boek:Anne Frank! Dat boek heeft veel indruk op mij gemaakt. Nu ben ik bezig in Judas van Astrid Holleeder. Ook een verschrikkelijk verhaal.”

Mooiste film: The Shawshank Redemption. Een gevangenisdrama  over hoop en vriendschap.

“Mijn eerste CD? Ik ben nog van de vinylplaatjes. Billy Ocean, denk ik, met het nummer When the Going Gets Tough, de titelsong van de Amerikaanse speelfilm The Jewel of the Nile. (1986. Red.) Prachtig! Nog steeds.”

Met plezier geschreven voor lentenummer magazine Schup Is van RKSV Groesbeekse Boys.

 

Share Button