40 dagen zonder alcohol

Ontmoeting (6)

“Jij houdt het vol?” Hij wijst naar mijn blauwe IkPas polsbandje.

“Ja. Jij ook?”

Hij kijkt als een kind dat betrapt is op kattenkwaad. “Nou, nee… Niet helemaal. Tegen niemand zeggen hè.”

Leuke vent. Singel. Drukke baan. Twee keer in de week flink sporten. De flyer had hij gezien bij de sportschool, dacht dat meedoen een makkie zou zijn. “Een eyeopener, voor mij, die actie! Daardoor ben ik mij meer bewust van mijn drankgebruik. Carnaval…, dat hakte erin. De eerste week daarna zonder alcohol ging goed. Maar toen gingen we een week vakantie vieren, lekker naar de zon, meteen de eerste dag overstag. Maar wat ik nog nooit gedaan had: Ik ging de glazen tellen!” Grinnikend: “Mijn reisgenoten waren daar niet blij mee, want die van hen telde ik ook. Haha, dat vonden ze nogal irritant.”

Door de week geen alcohol drinken gaat goed, maar in het weekend vindt hij het lastig. “Zeker in de kantine. Voor je het weet sta je daar met een pilsje in iedere hand. Ik doe voor de eerste keer mee, dacht altijd dat ik niet veel dronk. Maar als ik de glaasjes per week optel…” Volgend jaar gaat hij een nieuwe poging wagen om het wel 40 dagen aan één stuk vol te houden. “Dan ga ik ook zo’n IkPas polsbandje dragen. Wie weet helpt dat.”

Ja! Dat helpt!

www.40dagenzonderalcohol.com

 

Share Button

OVER LENTE & LIEFDE

Stads. lente en liefde. gras

 Over lente & liefde

Liedje op de radio. Een liedje van toen.  “When a man loves a women.” O ja, dat liedje… Ik ben terug in ‘toen.’ Toen winters Winter waren, zomers Zonnig en lente Lekker Lang duurde. Ik flaneerde op m’n paasbest wankel op spiksplinternieuwe schoenen met queeny hakjes. Voelde mij daarmee de koning te rijk. “When a man loves a woman.” Ik zing mee met Percy Sledge. Wat een passie en wat een passie had mijn vriendje voor mij …

Denk terug aan toen ik verlegen kuste onder de bloeiende perenboom. Herinner mij de structuur van de stof van zijn colbert, beetje ruw, beetje zacht. ’t Was een nieuw jasje.

Het singeltje kreeg ik van hèm cadeau. Ik vond het prachtig. Die stem, de muziek. Ik sprak amper Engels, maar hij vertelde dat het een serieuze tekst was en dat hij altijd van mij zou blijven houden. Daar schrok ik van.

Liedje zet mij terug in mijn lentejurk, gemaakt van lichtblauwe trevira. Prinsessenlijn, daaronder nylons en jarretels. Wat voelde ik mij ongelukkig soms, want het vriendje hield van mij en ik niet op die manier van hem. Hoe vertel je dat als je net zestien bent? Hij was ontroostbaar, maar het werd weer lente. Gelukkig! Hij vond een nieuwe liefde.

Het gebeurt voor m’n ogen. Hij schurkt dichter tegen haar aan. Kust haar.Zij schrikt er niet van. Vindt dat gekroel wel lekker. Houdt ook van hem. Dat zie je. Ze zitten hier op de pergola. Ze koeren, iedereen mag het zien en horen! Duiven kiezen een partner voor het leven. Ze hebben zin in de nieuwe lente en in elkaar.

Nichtje heeft liefdesverdriet. Ze is zestien. Voor haar ogen kuste de jongen waar zij haar zinnen op had gezet een ander meisje. Met verdriet en groot gevoel voor drama snikt ze: “Als je zoveel van iemand houdt en hij doet dit.” Ik troost. Vertel en kijk om… Wat lijkt het kort geleden…Een halve eeuw…  En zo bijzonder, steeds weer een nieuwe lente.

Ik probeer haar op te vrolijken. “Zin om iets leuks te doen? Naar de stad? Jurkje? Broek? Bloesje?” Ze droogt haar tranen en lacht weer. ”Daar heb ik zin in!”

Lente voelt als een nieuw schrift, een schone lei, een nieuw begin. Daar word ik blij van. En met een rondje stad in het vooruitzicht, nichtje gelukkig ook!

Share Button

Over schaduwen en zonnestralen

(Mijn) column,
Over schaduwen en zonnestralen

staat nu in Stads. Mooi Magazine. Liefde voor mode en hart voor de regio. Oplage 17.000. Heeft Studio Braaf uit Molenhoek gerealiseerd voor Marieke Hoogenboom en Dennis Ederzeel van Hoogenboom Men in Nijmegen.

Slapen in oma’s bed.
Dat maakte logeren nog spannender.
De slaapkamer grensde direct aan de woonkamer.
De deur stond op een kier. Een reep flauw licht scheen op de clivia. Op de clivia van tante Rie.

Tante Rie was dood. Gestorven toen ze twintig was. Plotseling. De clivia was groot geworden en gaf rare schaduwen op het plafond en op de muur. Hij stond in een hoek van de kamer op een hoog plantentafeltje. Soms kwamen er grote trossen bloemen in, daar was oma dan blij om.
‘Ga maar slapen.’ Ik deed mijn uiterste best. Hoe eerder ik sliep, hoe eerder ik af was van die enge schaduwen. Oma ging ook slapen. Ik deed alsof ik sliep, gluurde stiekem. Ze haalde de spelden uit haar knot. De grijs/zwarte vlecht kwam tot halverwege haar rug. Ik had ook vlechten. Links en rechts. Oma borstelde die ’s morgens uit, deed dat met strakke hand. Soms sprongen de tranen in m’n ogen. Daar hield oma niet van. “Bewaar die tranen maar voor als je ze echt nodig hebt,” zei ze dan.

Ze deed haar zwarte jurk uit, trok een zalmkleurig nachthemd aan, dat bijna tot op de grond kwam en liep naar de clivia. Ze voelde aan de aarde. Draaide de plant een kwartslag en veegde met een doekje over de bladeren. Een voor een.
Het licht ging uit. Weg was de schaduw. Voorzichtig stapte ze in bed. Ik hoorde haar ademhaling.
De slaap wilde niet komen. Wat hoorde ik? Het kwam van oma’s kant. Zachtjes. Oma huilde!? Ik hield mijn adem in, durfde mij niet te bewegen. Nog nooit had ik grote mensen horen huilen.
“Oma?”
“O kind!”
In het donker sprak ze als tegen een volwassene. Zachtjes. “Je man verliezen is erg, maar je kind…”
Ik was negen, of tien. Dat moment ben ik nooit vergeten. Ook niet dat ze zei: “Morgen schijnt de zon, dan gaan we iets leuks doen. Naar de stad.”

Share Button

“Nee, hij rookte. Nogal veel, niet normaal.”

40 dagen zonder alcohol 

Bij de kapper 

Zegt de ene moeder tegen de andere.

“Waar is die van jou geweest?”

Uit het verhaal begrijp ik dat hun zonen ‘uit ’geweest zijn tijdens carnaval.

“Op kroegentocht. Eigenlijk is hij daar te jong voor, maar hij heeft vrienden die al achttien zijn. Houd ze dan maar eens tegen. Je kunt het wel verbieden, maar dan heb je een huis met heibel en ik wil ook niet dat hij het stiekem doet. Veel te veel gedronken natuurlijk. Hij kan er niet tegen, maar wel veel lol gehad.”

“Leuk toch,” zegt de andere moeder, “worden ze groot van. Die van mij is in het dorpshuis geweest. Hij vond het prachtig. Ja, ook gedronken. Nee, je houdt het niet tegen. Ik snap dat wel. Toen ik zelf zestien was dronk ik ook. Op m’n vijftiende! Dat was toen heel normaal. Ja, dat merk ik ook, verbieden helpt echt niet.”

Leerling kapster wast mijn haar.

“Bent u carnaval wezen vieren?”

“Ik ben daar niet zo van. Jij wel?”

Boven mijn hoofd klinkt uit de grond van haar hart: “Ja, hártstíkke leuk.”

Ze had het gevierd in haar dorp, ‘in de tent,’ was er nog moe van. Dit jaar mocht ze voor het eerst officieel alcohol drinken. “Dat deed ik eerst natuurlijk ook wel, maar nu kon ik het zelf halen. Dat is toch anders.”

“Wat drink je dan?”

 “Bessen.” Hoe 1972! “Met 7-Up hoor, dan smaakt het net als limonade.”

“Hoeveel glazen drink je dan?”

“Niet geteld.” Ze lacht guitig: “Maar ik was wel tipsy.”

“Was dat ook leuk?”

 “Heel leuk! ”Zachter zegt ze: “Toen heb ik gezoend.”

Onze ogen ontmoeten elkaar in de spiegel. We lachen samenzweerderig. “Dat had ik anders niet zo snel gedaan.”

“Nog eens afgesproken?”

“Nee, hij rookte. Nogal veel, niet normaal.” 

 

Wilt u ook minder drinken? www.40dagenzonderalcohol.com www.ikpas.nl

Share Button

Verlangen

“We praten er niet meer over!”
De moeder pakt de treinkrant. Gaat lezen.
Mooi pubermeisje kijkt nors naar buiten.
‘Met de trein,’ dat vind ik, naast relaxt reizen, ook nogal spannend. Niet alleen de vraag of ik wel in de juiste trein zit, maar ook wie je tegenkomt.

Ik zit links. Meisje en haar moeder rechts van het gangpad.
Meisje zakt onderuit. Standje: ‘Ik ben boos.’
Naar wat ik heb begrepen uit het gesprek is ze vijftien, ziet ze eruit als zeventien en wil ze naar een film voor boven de achttien, In de kerstvakantie, met haar vriendinnen. En daarna ‘uit.’
“Ze mogen allemaal!” mokt meisje.
Haar moeder kijkt niet op. Zegt: “Kies maar een andere film. Volgend jaar mag je uit. En dan nog niet ieder weekend, dat weet je. Je moet iets te verlangen houden. ”
Meisje kijkt nog meer verongelijkt. Schampert: “Verlangen, wat een stom woord! Wát heb je nou aan verlangen! ” Ze pakt haar telefoon. Doet oordopjes in.

Mijn gedachten gaan terug naar toen ik vijftien was en mijn grote verlangen begon. Ik stond in het portaal van het grote mensenleven. Ging stiekem naar een film voor boven de zestien. Ik denk zelfs van boven de achttien, want Vriendin en ik waren er dagenlang confuus van. Ik had zoveel te verlangen. Een transistorradio, een bromfiets, het liefste een Puch; een kaki spijkerbroek met wijde pijpen, rotan stoeltjes, pumps, zelf weten hoe laat ik thuiskwam, met Vriendin op vakantie, een vriendje. Toen dat verlangen was gestild: Rijbewijs halen. Van vreugde sprong mijn hart bijna uit m’n lijf: Geslaagd! Hallo vrijheid, hier kom ik!

Dan heb je dat allemaal veroverd, de vrijheid ontdekt. En dan? Dan raakt verlangen wat in de vergetelijkheid tot het opeens weer de kop opsteekt! Zo erg soms, dat het pijn doet in je hart.
Mijn moeder gelooft in God, heeft een heilig vertrouwen en verlangen. “Nee, nu nog lang niet!” Ze is op weg naar 91. Maar als het dan zover is dan weet ze het zeker. “Mijn diepste verlangen is om dan naar de hemel te gaan en bij God te zijn.”

“U nadert station Molenhoek.”
Mooi meisje beent naar buiten. Haar moeder haalt de schouders op en lacht naar me. Ik lach terug.
Fijne wintermaanden gewenst en dan lekker verlangen naar het voorjaar!

Plasmolen. www.schrijverij-gerie.nl, column geschreven in opdracht van Patricia Rehe, www.studiobraaf.nl

Share Button