40 dagen zonder alcohol – Ontmoeting 5

 

Zo nu en dan zag ik ze samen. Leuk stel. Altijd vrolijk. Nog niet zo lang geleden is zij gestorven. Nu wandelt hij alleen. Gooit een stok, zijn hond rent er achteraan. “Het gaat goed,” zegt hij. “Ik mis haar natuurlijk, maar haar dood brengt ook rust.” De hond legt de stok voor z’n voeten. Hij gooit weer en zegt: “Ik lees uw stukjes.”

We lopen samen op. Hij vertelt en vertelt. Over 45 jaar geleden, toen ze elkaar ontmoette en hals over kop verliefd werden en trouwden.“Alles kon in de jaren zeventig, we feesten wat af. Dronken veel, ik ook, maar zij raakte van lieverlee verslaafd. Ze werkte op de universiteit, werd hoogleraar; lachte mijn bezorgdheid weg. Collega’s keken tegen haar op en ‘s avonds zaten we bij de AA. Niemand mocht het weten. Ze loog en bedroog en beloofde. Wij leidden een absurd leven.” Een traan glipt uit zijn ooghoek. Ik vraag waarom hij is gebleven. “Onze zoon was dol op haar, ik ook, maar… Die verdomde drank. Altijd die spanning. Soms ging het goed, nooit lang.” Beetje triest klinkt het: “Ja,  ik lust ook graag alcohol. Niet iedere dag, maar 40 dagen zonder ga ik niet volhouden. Ik hoop dat veel mensen dat wel kunnen!”

www.40dagenzonderalcohol.com

Share Button

HONDERD

Mevrouw is resoluut: “Ik heb geen behoefte aan publiciteit, maar als ik u er een plezier meedoe, wil ik wel een poosje met u praten, maar u mag niets opschrijven.” Ze zet thee en vertelt. Haar verhalen bewaar ik in mijn hoofd en thuisgekomen schrijf ik toch… Ik ga weer naar haar toe. Ze luistert, leest en zegt: “Dit is tegen de afspraak mevrouw. Jawel, het klopt, maar ik wil niet dat u dit publiceert. Denkt u nu echt, dat er mensen zijn die op een verhaal van een honderdjarige zitten te wachten?” Ik bespeur een kleine opening…

We dealen, spreken af, dat zij zich laat adviseren door haar dochter en schoonzoon. Dan komt er een telefoontje: “Akkoord, maar geen foto en geen naam.” Hieronder het verhaal van een krachtige en fitte honderdjarige.

“Hoe sommige media oudere senioren neerzetten, niet leuk soms, alsof we debiel zijn. Toen ik 100 werd heb ik de pers geweigerd. Ja, wel leuk, dat de burgemeester kwam feliciteren. Ik kende hem niet; een aardige man. Die verjaardag, alweer een half jaar geleden, heb ik gevierd met mijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en mensen die ik er verder graag bij wilde hebben. Zo’n 80 mensen. 100 worden is geen eigen verdienste, je wordt het. Ik mag mij verheugen in een goede gezondheid, heldere geest en stevige rollator, mijn evenwicht laat soms te wensen over en mijn ogen zijn minder geworden, maar daar zijn ook hulpmiddelen voor.  Onlangs kreeg ik een lichte tia. Juist gisteren kreeg ik de uitslag uit het ziekenhuis, een soort van rapport. ‘Alles keurig.’ Daar ben ik blij om.” Ze kijkt monter en zegt: “Ik vind het jammer dat ik weinig toekomst meer heb. Dat vind ik geen fijne gedachte, maar het is wel een realistische. Mijn jongste achterkleinkind is nu 10 jaar, die zal ik niet volwassen zien worden. Mijn man en ik hebben leuke kinderen gekregen. Mijn dochters ook en hun kinderen ook! De achterkleinkinderen vinden het normaal dat ik er ben. Vier generaties, we hebben onderling een goed contact.”

Op de kast staan familiefoto’s

“Onze zoon werd geboren toen ik 42 was. De kraamverpleegster had het meteen gezien, vertelde ze later. De huisarts had haar niet geloofd. Hij zag niets vreemds aan hem en zei dat zij haar mond moest houden. Wat mij opviel was dat de huisarts nogal eens kwam en dan veel aandacht aan Jan besteedde, dat had hij met de drie meisjes nooit gedaan.  Na drie maanden adviseerde hij ons om een afspraak te maken met een kinderarts. Zelf zagen of merkten wij niets verontrustend. Jan groeide, lachte, was tevreden en had zo’n leuk rond koppie. We hadden geen idee… Wij volgden het advies van de huisarts.”

Kleed hem maar weer aan

“Jan lag in z’n blote lijfje op het bureau van de kinderarts. Die bekeek zijn ogen, bewoog zijn armen en benen en zei: ‘Dit is een mongool.’ Toen schoof hij zijn stoel naar achter, stond op en zei: ‘Kleed hem maar weer aan. De kosten voor dit consult zijn zes en halve gulden.’ Dat zal ik nooit vergeten. Jawel, we schrokken. Eén dag. Toen gingen we verder met ons leven, Jan was zo lief, dat veranderde niet door die diagnose. Hij werd zo’n mooi blij ventje, hij is 52 jaar geworden, dat is oud voor een mongool. Hij heeft een goed leven gehad. Wij met hem ook! 60 jaar geleden wist geen mens hoe je zo’n kind nou precies moest opvoeden. Wij hebben ons hart gevolgd. Tot zijn 18de jaar heeft hij thuis gewoond en toen heb ik een andere woonvorm voor hem gezocht. Hij kwam vaak naar huis, reisde dan zelf met de bus. Vanaf zijn tiende jaar stond ik er alleen voor. Mijn man overleed jong, 54 jaar. Ik ben 46 jaar alleen. Nee, geen behoefte gehad aan een andere relatie. Het is goed zoals het is. Mijn oudste dochter is zeventig jaar, ze woont hier niet ver vandaan, met haar doe ik de boodschappen en mijn huishoudelijk hulp komt 4 uur in de week. Ik zorg goed voor mezelf, ik kook lekker en eet goed. Dagelijks lees ik de krant, houd op tv de actualiteiten bij, luister graag naar Brava Klassiek en ik lees graag. Zo nu en dan speel ik piano. Ja, ik ben een optimistisch mens.  Ik heb het uitstekend naar m’n zin.” Lachend: “Ja, ik heb zin in de lente. U ook?”

Met veel plezier geschreven voor lentenumer www.vita-magazine.nl

www.schrijverij-gerie.nl  Kent u een fitte honderdjarige in het VITA verspreidingsgebied? Wij horen het graag!

Share Button

Leven als god in Frankrijk

40 dagen zonder alcohol

“Jij doet mee met die actie zonder alcohol?” Ze wacht niet op mijn antwoord. “Dat zouden mijn schoonouders ook moeten doen. Mijn schoonouders zijn jonge senioren. Allebei met pensioen. Leuk stel wel, lieve opa en oma voor onze kinderen. Volgens hen leven ze als god in Frankrijk. Golfen, fietsen, vakanties. Ze genieten erg van hun vrijheid. Dat betekent voor hen dat ze iedere dag alcohol drinken. Ik ken ze niet anders dan dat het leven gevierd moet worden met een drankje. Maar sinds ze allebei met pensioen zijn, gaat er geen dag voorbij die niet gevierd wordt zonder! Mijn schoonvader altijd bier, hij heeft zo’n thuis-tapje en mijn schoonmoeder witte wijn. Na de ochtendkoffie schenken ze hun eerste glas in, ‘gewoon voor de gezelligheid’ volgens mijn schoonmoeder. Dan weer één bij de lunch, of dat er inderdaad één is, daar zet ik mijn vraagtekens bij. En als ik zo rond een uur of vijf bel, dan hebben ze er net een ingeschonken. Dat blijft niet bij één, weet ik. Ja, we hebben het weleens aangekaart, maar dan valt het natuurlijk allemaal mee. Zij noemen het ‘gewoon sociaal drinken.’ Voor mij is hun drankgebruik reden om mijn kinderen niet al te vaak bij hen te laten logeren. Niet dat ze zich dronken gedragen, maar ik vind opa en oma altijd aan de borrel geen goed voorbeeld.”

www.40dagenzonderalcohol.com

Share Button

40 dagen zonder alcohol – Ontmoeting

We praten over koetjes en kalfjes. Dan zegt hij:  “Ik heb die drinktest gedaan. Die bevestigde wat ik al wist. … Iedere morgen neem ik mij voor om niet te drinken. Of in ieder geval niet meer dan twee. Maar halverwege de ochtend ben ik weer fit en verdwijnen mijn goede voornemens. Bij de lunch neem ik dan weer een wijntje. Zit ik daar in m’n eentje aan de wijn. ’t Worden er altijd twee… Minstens. Ik baal d’r van!”

Ik zie dat het hem ernst is. “Wil je vertellen hoeveel je drinkt?”

“Met regelmaat gaan er drie flessen open.” Half verontschuldigend lachend: “Ik vind het zo verrekte lekker en ik word er niet dronken van. Mijn vrouw merkt niks, die drinkt één of twee glaasjes en gaat rond tien uur naar bed.” Zijn vrouw werkt nog. Hij is sinds een jaar gepensioneerd; kijkt terug op een leuke baan als manager. “Ook toen ik werkte dronk ik te veel volgens de drinktest. Maar sinds ik niet meer werk drink ik steeds eerder en steeds meer.” Lege flessen verstopt hij achter de keldertrap en gooit ze in de container als zijn vrouw niet thuis is. “Dat geeft zo’n rotgevoel. De actie 40 dagen zonder alcohol heeft mij aan het denken gezet. Ik wil minderen! Ik doe mee!” www.40dagenzonderalcohol.com

Share Button

In de lente Topic: Toon Jilesen: “Ik ben ik. Ik ben niet mijn beperking”

Topic. Toon carnaval. lente 2017“Ik ben ik. Ik ben niet mijn beperking. Als baby kreeg ik polio-infectie.” Toon Jilesen groeide op met een verlamd been. “Ik wist niet beter.” Hij groeide op in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Over ach en wee werd niet gesproken. Wat had je immers te klagen zo vlak na de oorlog. Zijn vader overleed jong, zijn moeder bleef achter met drie kleine kinderen. “Na enige jaren hertrouwde mijn moeder en kwamen er vijf kinderen bij. Tijd om emoties te delen was er niet en als er al tijd voor was dan wisten we niet hoe we dat moesten doen.”

Kleuterschool, lagere school, vanaf de vierde klas naar de Maartensschool in Nijmegen en vervolgens naar de LTS op Werkenrode in Groesbeek. Daar leerde hij voor elektrotechnicus. “Ik voelde mij ‘gewoon.’ Dat veranderde toen ik slaagde voor die opleiding en een baan kreeg. Toen merkte ik, dat ik buiten de beschermde wereld van Werkenrode en Ottersum helemaal niet gewoon was. Dat was een harde gewaarwording.” Hij kan er nog boos om worden. “Vanwege mijn lichamelijke beperking betaalde mijn eerste werkgever mij minder dan mijn collega die net zo oud was als ik en die hetzelfde werk deed. Dat voelde zo onrechtvaardig! Ik was amper twintig, maar niet gek! Ik heb het aangevochten.” Toon won, maar de arbeidsverhouding was daardoor verstoord. Dus op zoek naar ander werk. Op enig moment paste zittend werk beter en heeft hij zich laten omscholen tot administratief medewerker, waarna hij ruim 20 jaar op het kantoor van Werkenrode heeft gewerkt.

Inmiddels is hij gepensioneerd en woont in Maasstaete in Mook. Daar heeft hij een ruime woning en is selfsupporting met als enige luxe een keer per week een huishoudelijk hulp. “Maar dat hebben mensen zonder lichamelijke beperking ook!”  In de hal van het gebouw staat zijn handbike geparkeerd. Die koppelt hij aan zijn rolstoel en zo fietst hij geregeld zo’n dertig kilometer rondom Mook. Dat levert spierballen op!  “Ik vind het heerlijk om op de manier te fietsen.” Maar Toon heeft ook een aangepaste auto en vindt zo zijn weg door de wijde regio. Dat komt vooral goed van pas voor zijn werk bij Stichting GIPS in de kop van Limburg. (Gehandicapten Informatie Project Scholen.)

Toon bezoekt, al meer dan 10 jaar, samen met andere mensen met een lichamelijke beperking, 2 x per maand een basisschool in die regio. Met als doel het bevorderen van de integratie van mensen met een beperking in de samenleving en het werken aan een positieve beeldvorming over mensen met een beperking.

“We laten de kinderen van groep 8 kennismaken met de mogelijkheden die mensen met een beperking hebben en met eventuele hulpmiddelen. We bezoeken ze twee keer. Via het GIPS-spel ervaren zij hoe het is om een beperking te hebben, verschillende handicaps komen aan bod. Mobiliteitsproblemen, blind, doof enz.  Tijdens ons tweede bezoek geven we antwoorden op vragen en worden de kinderen vertrouwd gemaakt met het ‘verschijnsel’ handicap/beperking. Hartstikke leuk om te doen. Weet je wat ook leuk is?” Hij lacht en laat mij een foto zien: “Kijk, dit jaar ben ik adjudant van de prins van de Alde Hap van de Heikneuters! Prachtig, vind ik dat! Ja, daar ben ik zeker trots op. Mooie foto hè.”

Share Button