Meer kennismaken met Brigitte Driessen, ambtsdrager

Brigitte zegt het stellig: “Romans lezen, fictie. Zonde van de tijd! Ik hou niet van verzonnen verhalen.  Ik lees boeken die mij informeren, blij maken en positief zijn. Dat zijn voor mij onder andere de boeken van Eckhart Tolle. Nee? Je kent hem niet? De moeite waard om te lezen. ‘De kracht van het nu,’ dat boek is voor mij een inspiratiebron.”

En de bijbel?

“Soms lees ik daarin. Ik heb ook theologie gestudeerd. Die studie heeft mij in contact gebracht met verschillende religies en ervoor gezorgd dat ik naast docent Frans op Metameer, school voor vmbo, havo en vwo in Stevensbeek, daar ook lessen Levensbeschouwing geef. Samen sparren met de leerlingen over religie, filosofie en de dingen in het leven die ertoe doen. Stellingen bespreken, antwoorden zoeken. Ik vind het mooi als de leerlingen daar serieus mee aan de slag gaan en dat ze naar elkaar luisteren en hun mening vormen.” Serieus: “Ik hoop dat mijn lessen hen wat meegeven in hun leven. Dat ze er iets aan hebben.”

Je bent een leuke juf?

Na enige aarzeling: “Op Metameer krijgen de leerlingen in het  2de en in het 5de leerjaar lessen Levensbeschouwing. Die geef ik met plezier. Ja, ik denk dat die leerlingen mij wel een leuke juf vinden. Als docent Frans, moet ik soms strenger zijn.” Ze denkt nog even na. “Maar ik denk dat zij dat ook wel vinden. Ik doe in ieder geval mijn best er altijd leuke lessen van te maken.”

We kennen elkaar niet. Dat bestaat dus, dat je beiden bij dezelfde kerkgemeenschap hoort en elkaar meer dan 40 jaar amper ziet en niet spreekt. We maken een afspraak.

Brigitte: “Kom maar om halfnegen dan liggen de kinderen in bed.” Lievensweg 56. Ik weet waar de Lievensweg is. Maar voor de zekerheid de navigatie ingeschakeld. ‘Uw bestemming bevindt zich aan de rechterkant.’ Mooi niet! Donker. Beetje regen. Geen mens op straat. Links, rechts, rechtdoor. Geen nummer 56 te vinden. Ik bel bij een ander nummer aan. De aardige mevrouw weet het ook niet, maar weet wel dat de nummering ‘hier nogal raar loopt.’ Ze gaat haar honden uitlaten en zoekt met me mee.  En zo sta ik ruim twintig minuten te laat op de stoep bij huisnummer 56 en vraag ik mij af of ik mijn auto straks nog weet terug te vinden.

“Ha Brigitte, mag ik er nog in? Wat een doolhof hier.” Ze is het meteen met me eens, brengt haar wijsvinger voor haar mond. “Stt, de kinderen slapen. Loop maar door.”

Gezellig woonkamer. Op een kleed veel speelgoed, muur waarop haar twee kinderen, Romy (9 jaar) en Jens (7 jaar) kunnen tekenen en in de boekenkast een foto van haar overleden vader. “Die ken ik! Dat is Walter uit De Locomotief! Jouw vader?” Ik vertel haar mijn herinneringen aan hem, meer dan 40 jaar geleden. Brigitte was toen zes. En ik ging, midden twintig, samen met man en buurtgenoten in het weekend soms een avondje naar De Locomotief. Gezellig!  Walter was altijd vriendelijk, maar een man van de klok. ‘Sluitingstijd is sluitingstijd.’ Walter en ook Gerrie Driessen waren daarin onverbiddelijk. “Mijn vader dronk zelf weinig alcohol. En al helemaal niet als hij in het café werkte. Ik drink ook amper. Doe dat eigenlijk alleen als er echt iets te vieren valt. Meedoen aan de actie 40 dagen zonder alcohol is voor mij geen uitdaging. Ja, zeker jammer dat er ooit is besloten om De Locomotief af te breken. Het was een mooi plekje.”

Brigitte zet thee en vertelt ondertussen verder over haar vader. Dat hij huisschilder was en ’s avonds en in het weekend in het café werkte en legt uit dat Gerrie Driessen, die het boek over de geschiedenis van de protestantse kerk Groesbeek heeft beschreven een broer is van haar vader.

“Ik heb een zus en een broer en wij volgden de religie van mijn moeder. We gingen dus naar de protestantse Adelbrechtschool die was toentertijd nauw verbonden met de Hervormde kerk, zoals die toen nog heette. We deden mee aan de activiteiten die er vanuit de kerk voor de kinderen van de kerk en de school werden georganiseerd, waaronder de club het CJO (Christelijke Jeugd Organisatie). Ik bewaar daar zeer goede herinneringen aan.

‘k Heb een leuke tijd gehad op die school en in de kerk. Maar ik voelde met destijds maar half Groesbeeks, een beetje import. Na de Adelbrecht ging ik naar de Nijmeegse Scholengemeenschap in Nijmegen. Daardoor was ik ook niet echt onder de ‘echte Groesbekers.’  Op school werd geen Groesbeeks gepraat. En als je dat toen in Groesbeek niet praatte, hoorde je er niet helemaal bij. Ik kan het ondertussen goed verstaan en ook wel spreken, maar niet zo vloeiend als de kinderen die een katholieke of openbare school bezochten. Lange tijd heb ik mij buiten de school en de kerk, niet echt verbonden gevoeld in het dorp. Ook nog na mijn schooltijd. Nu gelukkig wel!

Leuk ook om te zien, dat onze kerk nu meer naar buiten treedt en aansluiting zoekt met het dorp en openstaat voor iedereen die de diensten wil meemaken of zich bij een activiteit wil aansluiten.

Mijn vader is zes jaar geleden overleden en in dezelfde periode nam ik de beslissing om, samen met mijn kinderen bij hun vader weg te gaan. Dat was een heftige en verdrietige periode. Jens was pas acht maanden. Romy net twee jaar. Mijn ouders hebben mij altijd gesteund en nog altijd kan ik op mijn moeder rekenen. Na twee weken thuis te hebben gebivakkeerd kwam deze woning in zicht en kreeg ik van alle kanten hulp en goederen aangeboden voor de inrichting. Ja, het is pittig om alleen voor de kinderen te zorgen. Gelukkig is het contact dat zij hebben met hun vader goed. Om de week gaan ze een weekend naar hem toe. Zij zijn in deze situatie opgegroeid. Als dat nodig is, maak ik er voor de kinderen een positief verhaal van.”

Wat geweest is, is geweest

“Na de scheiding en het overlijden van mijn vader heb ik een driejarige training Ontwikkeling Bewustzijn gevolgd. Mede daardoor werd ik mij meer bewust van mijn zijn en functioneren. En dat je, hoe je het ook wendt of keert, als volwassen persoon zelf verantwoordelijk bent voor je doen en laten. Gebed en meditatie kunnen rust geven en inzichten. Maar je moet het zelf rooien.”

En dat doe je? “De ene keer gaat dat beter dan de andere. Ik zeg het je eerlijk, de eerste jaren alleen heb ik , ondanks de steun van velen, ervaren als tropenjaren. Maar nu heb ik weer enorm veel energie. Zit in een krachtige flow. Onderzoek ik welke kant ik op wil met mijn leven en mijn werk. Ik wil mij steeds blijven ontwikkelen en nieuwe dingen ontdekken.” 

Lievensweg 56 …

“Ik werk drie dagen in de week op school. Dan gaat de wekker om zes uur. Dan ga ik eruit. Om zeven uur maak ik Romy en Jens wakker. Om half acht zitten we met z’n drieën aan de ontbijttafel en begint de dag. Soms neem ik de kinderen mee naar de kerk als ik dienst heb als ambtsdrager, dan mogen ze meehelpen de kaars aansteken. Ik geef ze mee wat religie voor mij betekent, dat ik dankbaar ben voor de dag, dat ik geloof in God en goddelijk en ik vertel ze ook over de energie die ik ervaar vanuit Boeddhisme en soms lees ik ze voor uit de kinderbijbel. Ik vind het ook belangrijk dat zij de gemeenschap van de kerkgang ervaren en dat ze weten dat het prettig is ‘om ergens bij te horen.’ Kerkgang geeft een andere dimensie aan de zondag en, ze zegt het lachend, kinderen leren er ook om stil te zijn en stil te zitten. Dat is ook mooi meegenomen. Jammer dat er weinig kinderen in de kerk komen.”

En toen werd je ambtsdrager

“Dat voelt oké, Ik vind het fijn dat ik iets kan betekenen. De eerste keer vond ik het wel even wat. Stond ik daar en voor mij zag ik mensen waar ik als kind les van had gehad. Zij luisterden naar mij! Dat voelde toen nogal raar. Nee, nu niet meer!”

Nog meer Brigitte

Als kind droomde ik van: “Juf worden. Dat riep ik al op de kleuterschool. Nee, nooit een andere ambitie gehad. Ik wist het zeker. Toen ik wat ouder werd speelde ik schooltje, zette de poppen in een kring en dan deed ik mijn juffen, waaronder juf Maria Teerink, na. Ik zong voor en gaf ritme aan met de tamboerijn. Ook op de middelbare school was ‘juf worden’ mijn doel.” Hobby: “Zwemmen. Ik probeer dat drie keer in de week te doen. Gewoon, strak een uur baantjes trekken. Daarna voel ik me topfit.” Op tv kijk ik graag naar: “Eigenlijk nergens naar. Ik kijk zelden. De kinderen ook niet. Die hebben een tablet.” Krant: “Die heb ik niet. Ik lees nieuws via de telefoon. Of niet.” Mooiste Boek: (Schok voor De Leesclub. (gvdl). “Geen romans en fictie dus. Voor het slapen gaan kijk ik soms een kort filmpje op mijn telefoon over spiritualiteit. Over het algemeen kijk ik liever filmpjes dan dat ik lees.” Mooiste film?  “Die heb ik ook niet. Kort filmpje kijken zo nu en dan is voor mij goed genoeg.” Autoradio staat op: “Soms nergens op! Gewoon stil. Maar als tie wel aanstaat Slam! FM. Vrolijke muziek.” Mooiste vakantie: “Tot nog toe is dat een rondreis in Jordanië. Petra, oude historische stad in het oude Jordanië, prachtig en indrukwekkend. En de stilte en de uitgestrektheid van de woestijn, de sfeer, weidsheid en de nacht bij de Bedoeïenen zijn voor mij onvergetelijk. Daar wil ik nog weleens naar terug.” Ik eet graag: “Soep!” En dan nog: “Ik heb een vol leven. Romy en Jens, mijn moeder, familie, werk, collega’s, vriendinnen en vrienden, contacten via de kerk. ‘k Onderzoek, leer en studeer. ’t Voelt goed! Van harte wens ik alle TOV-lezers een mooi en gezellig Kerstfeest en een goed en gezond Nieuw jaar.”

Geschreven voor decembernummer kerkblad TOV.  www.pkn-groesbeek.nl

Share Button

Erfstuk – Trommel

“Ik ben ermee opgegroeid. Hij was er altijd. Stond in de kast in de kamer. Groot en glimmend. Ik vond hem prachtig. De trommel was voor mij en mijn twee broers en zus verboden terrein. ‘Niet in kijken,’ had mama ons gezegd. We hadden lieve ouders, zijn vrij opgevoegd en we respecteerden hun gebod. Ik vond het spannend eigenlijk. Nee, nooit in gekeken. Soms streek ik met mijn vingers over het reliëf en vertelde ik aan mama dat ik de hertjes zo mooi vond. Later wist ik dat ‘de papieren’ erin zaten. Polissen, verzekeringspapieren, trouwboekje, en zo.

Wij hebben een ruime woning aan De Kampweg in Middelaar. Meer dan 20 jaar geleden kwam mama achter wonen. De trommel met de papieren kwam mee.

Met een nieuwe liefde, Peter, kwam er ook een nieuwe salontafel in mijn leven. Die had hij van zijn moeder geërfd. In mijn vorige tafel zat een la. In deze niet en dat vond ik best onhandig. ‘Waar laten we de afstandsbediening?’ vroeg ik mij hardop af. Mama hoorde dat. Zei, terwijl ze naar haar woongedeelte liep:  ‘Wacht, Jij krijgt de trommel!’ Ik wist meteen welke!  Sinds die tijd staat de trommel hier onder de salontafel en bewaar ik er kleine spulletjes in. Mijn moeder is 3 jaar geleden op 80-jarige leeftijd overleden. De trommel is mij erg dierbaar.”

Topic Wintereditie 2018

Share Button

Erfstuk van opa

“Dit houten konijn heeft mijn opa gemaakt, Gerrit Zilessen uit Groesbeek. Hij gaf het me toen ik een jaar of acht was. Ik had een bijzondere band met opa. Ik ben stamhouder, dat was voor hem speciaal. Ja, ik hield ook veel van hem. Van oma ook. Oma is twee jaar geleden gestorven en sinds die tijd ben ik de eigenaar van opa’s Ark van Noach. Zo noemde opa dat stuk drijfhout waarop hij een aantal houten dieren had bevestigd. Die had hij allemaal zelf gemaakt. Een uil, een kraai, kikker en een eekhoorn. En kijk, dit slapend vosje, dat heb ik later zelf in dit holletje gelegd. De ark stond bij opa en oma in de vensterbank en altijd als ik kwam wilde ik er even mee spelen. Opa was een gelovig man, vaak vertelde hij het verhaal van Noach en de dieren. Een mooi verhaal. Opa stierf te jong, in 2004, net voor in de zeventig. Zo jammer. Hij genoot zo van z’n hobby houtbewerken. Pas rond z’n 55ste was hij daarmee begonnen, maar hij maakte de mooiste dingen, met de hand en met z’n draaibank. Honderden stukken groot en klein heeft hij gemaakt. Iedere dag was hij ermee bezig. Oma wist, dat die ark speciaal was voor mij, en beloofde: ‘Als ik er niet meer ben Roul, dan is de ark voor jou.’

Roul draait het stuk hout om. “Kijk, oma heeft mijn naam met een viltstift erop geschreven.” In sierlijke letters lees ik ‘Roul,’ en zie aan zijn gezicht dat hij er blij mee is.

Topic. Winternummer 2018

Share Button

Erfstuk – Schemerlamp

“Dat is geen eng gezicht. Dat is een boom.”

Oma stelde mij gerust. “Dat meisje staat onder een boom op iemand te wachten.”

Hij stamt uit 1800. De lamp stond op het notenhouten dressoir. Rozerode kap met een geschulpte rand. Het leek net een rimpelrok. “Een kermisding,” hoorde ik ooit iemand boven mijn kinderhoofd zeggen. Geen idee wat dat was. Wij gingen niet naar de kermis. Als de lamp brandde gaf dat warm roze licht en leek het net alsof mijn heimwee minder werd. Want ook al logeerde ik bij oma, Heimwee was altijd van de partij. Overdag ging het goed, maar zodra het pyjamatijd werd kwam Groot Verdrietig Verlangen om de hoek kijken: naar huis! Maar als dan de lamp aanging en ook de poot van de lamp in schemerlicht stond werden mijn gedachten afgeleid. Dan kwam het mooie meisje met de wijde rok tot leven. Leek het alsof de bloemen op haar koperen rok dansten en ik de bloemen in haar mandje kon ruiken.

Na het overlijden van oma kwam de lamp bij ons in huis. De rozerode kap werd vervangen. Lamp viel. Boom brak af. Handige zwager had daar een oplossing voor: schroef erin! En zo brandde de lamp tot op de laatste avond van mijn moeders leven in maart jl.

In goede harmonie werd haar woning ontmanteld.

“Die lamp, niet naar de kringloop? Dat ding past toch ook niet in jouw interieur?”

Nee, niet echt. Maar ik ben blij dat hij nu hier staat!

(Erfstukken. Topic. Winter 2018)

Share Button

Herfst 2018

Goud morgenlicht

spint van de rafels van de nacht

een nieuwe dag

 

Geeft glans

en hoop

Share Button